Maassluis  |  Geplaatst op 3 december 2021

Column

De kersthaan

Door: Ineke Vink

Op 24 december 1982 verscheen er in het kerstsupplement van NRC Handelsblad een verhaal van Maarten ’t Hart. Het ging over het verwisselen van de kersthaan van de toenmalige burgemeester Schwartz voor een soepkip.

Door heel Maassluis, en ook in het dorp Maasland, hield men kippen, konijnen, ganzen en kalkoenen die men rond kerst in het plaatselijk blad de Schakel te koop aanbood. Wie zijn kerstdis met zo’n lekker stukje vlees wilde opsieren, diende het dier dan levend af te halen en zelf te slachten. Dat leverde toch voor menigeen problemen op, waar de vader van Maarten, die doodgraver was op de Algemene Begraafplaats aan de Julianalaan in Maassluis, handig op inspeelde. Rond kerst nam hij veel slachtopdrachten aan. Maarten en zijn vader haalden de levende dieren door heel Maassluis op. Zijn vader sloot alle slachtdieren op in het lijkenhuisje, dat voor die gelegenheid ruim van stro was voorzien. Zijn vader zei wel eens: ‘Bethlehems stal kan indertijd niet voller zijn geweest.’ Behalve een financieel extraatje had de familie ’t Hart met kerst ook ‘konijnenkoppensoep’, omdat de eigenaren bij aflevering nooit de koppen van de dieren wilden hebben.

Burgemeester Schwartz (het verhaal speelt tussen 1945 en 1956) had een grote sterke haan gekocht, een woest dier dat zich niet makkelijk had laten vangen. Om ze goed te kunnen laten besterven slachtte vader ’t Hart de dieren altijd twee dagen voor kerst. Toen de haan aan de beurt was, bood hij aardig weerstand. Het dier zette het – zonder kop – op een lopen over de begraafplaats. Toen hij opnieuw gevangen was, begon Maarten met een bezwaard hart aan het plukken, want dat was zijn taak in het slachtproces. Dood en ontdaan van veren verschilde de stoere haan bijna niet van de overjarige soepkip van een rioolwerker. Gehoor gevend aan een geheimzinnige impuls verwisselde Maarten de haan en de soepkip, het was of hij het aan de haan verplicht was. Burgemeester Schwartz nam ’s avonds zelf de overjarige soepkip in ontvangst en bedankte Maartens vader uitbundig, hij gaf hem een rijksdaalder en een pakje sigaretten.

De burgemeester is nooit verhaal komen halen voor zijn taaie soepkip, hoewel Maarten daar wekenlang over in angst heeft gezeten. Maar omdat de we in deze historische schetsjes altijd een link tussen heden en verleden leggen, zien we toch een parallel: burgemeester Haan is zojuist aan zijn tweede ambtstermijn begonnen.

Columns

Geplaatst op 2 september 2022

Terugblik op ‘Beatstad Maassluis’

Geplaatst op 1 augustus 2022

100 jaar wonen op ’t Stort

Geplaatst op 8 juli 2022

De Sandelijnstraat

Columns archief...

Maassluis  |  Geplaatst op 3 december 2021

Column

De kersthaan

Door: Ineke Vink

Op 24 december 1982 verscheen er in het kerstsupplement van NRC Handelsblad een verhaal van Maarten ’t Hart. Het ging over het verwisselen van de kersthaan van de toenmalige burgemeester Schwartz voor een soepkip.

Door heel Maassluis, en ook in het dorp Maasland, hield men kippen, konijnen, ganzen en kalkoenen die men rond kerst in het plaatselijk blad de Schakel te koop aanbood. Wie zijn kerstdis met zo’n lekker stukje vlees wilde opsieren, diende het dier dan levend af te halen en zelf te slachten. Dat leverde toch voor menigeen problemen op, waar de vader van Maarten, die doodgraver was op de Algemene Begraafplaats aan de Julianalaan in Maassluis, handig op inspeelde. Rond kerst nam hij veel slachtopdrachten aan. Maarten en zijn vader haalden de levende dieren door heel Maassluis op. Zijn vader sloot alle slachtdieren op in het lijkenhuisje, dat voor die gelegenheid ruim van stro was voorzien. Zijn vader zei wel eens: ‘Bethlehems stal kan indertijd niet voller zijn geweest.’ Behalve een financieel extraatje had de familie ’t Hart met kerst ook ‘konijnenkoppensoep’, omdat de eigenaren bij aflevering nooit de koppen van de dieren wilden hebben.

Burgemeester Schwartz (het verhaal speelt tussen 1945 en 1956) had een grote sterke haan gekocht, een woest dier dat zich niet makkelijk had laten vangen. Om ze goed te kunnen laten besterven slachtte vader ’t Hart de dieren altijd twee dagen voor kerst. Toen de haan aan de beurt was, bood hij aardig weerstand. Het dier zette het – zonder kop – op een lopen over de begraafplaats. Toen hij opnieuw gevangen was, begon Maarten met een bezwaard hart aan het plukken, want dat was zijn taak in het slachtproces. Dood en ontdaan van veren verschilde de stoere haan bijna niet van de overjarige soepkip van een rioolwerker. Gehoor gevend aan een geheimzinnige impuls verwisselde Maarten de haan en de soepkip, het was of hij het aan de haan verplicht was. Burgemeester Schwartz nam ’s avonds zelf de overjarige soepkip in ontvangst en bedankte Maartens vader uitbundig, hij gaf hem een rijksdaalder en een pakje sigaretten.

De burgemeester is nooit verhaal komen halen voor zijn taaie soepkip, hoewel Maarten daar wekenlang over in angst heeft gezeten. Maar omdat de we in deze historische schetsjes altijd een link tussen heden en verleden leggen, zien we toch een parallel: burgemeester Haan is zojuist aan zijn tweede ambtstermijn begonnen.