Maassluis  |  Geplaatst op 10 mei 2019

Column

Wrakopruiming waterweg

Door: ineke Vink

In april 2019 zijn de laatste delen van het in 1938 gezonken vrachtschip Chryssi opgeruimd bij de landtong Rozenburg, omdat ze een belemmering waren voor grote schepen. In 1944 waren de problemen van het scheepvaartverkeer in Het Scheur van een heel andere orde.

De angst van de Duitse bezetters in 1944 voor een landing op de kusten van Frankrijk, België of Nederland was groot. Ter hoogte van Maassluis lieten zij in 1944 vier schepen in de rivier zinken. Bedoeling was de vaarweg naar de haven van Rotterdam af te sluiten. De versperring was niet echt succesvol, de schepen lagen te veel naar de walkanten.

Op 11 oktober 1944 werd de Baud met een springlading van dynamiet ter hoogte van het dieselgemaal de Zaaijer tot zinken gebracht. Dit schip zonk geheel weg. Op 14 mei 1945 begon de verwijdering van dit schip door Engelse bergers.

Op 5 oktober 1944 was op dezelfde hoogte de Prins Willem V van de Rotterdamse Oranjelijn tot zinken gebracht. Van dit schip staken alleen nog de masten boven water. Het werd na de oorlog volgens een geheel nieuwe methode gelicht, met een hydraulische vijzelinstallatie. Op 11 december 1947 had men het schip drijvende en onder andere bergingsvaartuig Bruinvisch assisteerde op de tocht naar Rotterdam. Na restauratie kwam het schip in 1949 in de vaart voor de Nederlandse koopvaardijvloot.

Op 23 september 1944 werd nabij hetzelfde dieselgemaal ss Dinteldijk tot zinken gebracht. Dit schip zonk met het achterschip geheel weg. Om na de bevrijding de nog bestaande vaargeul te verbreden werd het achterstuk opgeblazen en de resten op de wal van Rozenburg met dynamiet opgeruimd. Wrakstukken werden met een zandzuiger in de rivierbodem verzonken.

Op 22 september 1944 was getracht het ss Zuiderdam van de Holland Amerikalijn op dezelfde hoogte tot zinken te brengen. Het zwaar beschadigde schip zonk niet geheel weg, het bovengedeelte bleef boven water met een slagzij van 25 graden. Direct na de bevrijding begon Van den Tak’s Bergingsbedrijf met pompen. Negen staaldraden werden vanaf het schip op de wal vastgezet en met lieren strak gehouden. Aan de stuurboordzijde werden tanks aangebracht om het schip in balans te houden. Op 15 november 1946 lukte het om het schip drijvende te krijgen. Gedurende de reis naar Rotterdam hebben de bergingsvaartuigen Ram, Meermin en Dolfijn aanhoudend op de ruimen gepompt. De Zuiderdam bleek te zwaar beschadigd en moest worden gesloopt.

Columns

Geplaatst op 15 september 2019

De Goude Leeuw is terug

Geplaatst op 9 augustus 2019

Geschiedenis van de bibliotheek

Geplaatst op 6 juli 2019

Maassluise gevelstenen

Columns archief...

Maassluis  |  Geplaatst op 10 mei 2019

Column

Wrakopruiming waterweg

Door: ineke Vink

In april 2019 zijn de laatste delen van het in 1938 gezonken vrachtschip Chryssi opgeruimd bij de landtong Rozenburg, omdat ze een belemmering waren voor grote schepen. In 1944 waren de problemen van het scheepvaartverkeer in Het Scheur van een heel andere orde.

De angst van de Duitse bezetters in 1944 voor een landing op de kusten van Frankrijk, België of Nederland was groot. Ter hoogte van Maassluis lieten zij in 1944 vier schepen in de rivier zinken. Bedoeling was de vaarweg naar de haven van Rotterdam af te sluiten. De versperring was niet echt succesvol, de schepen lagen te veel naar de walkanten.

Op 11 oktober 1944 werd de Baud met een springlading van dynamiet ter hoogte van het dieselgemaal de Zaaijer tot zinken gebracht. Dit schip zonk geheel weg. Op 14 mei 1945 begon de verwijdering van dit schip door Engelse bergers.

Op 5 oktober 1944 was op dezelfde hoogte de Prins Willem V van de Rotterdamse Oranjelijn tot zinken gebracht. Van dit schip staken alleen nog de masten boven water. Het werd na de oorlog volgens een geheel nieuwe methode gelicht, met een hydraulische vijzelinstallatie. Op 11 december 1947 had men het schip drijvende en onder andere bergingsvaartuig Bruinvisch assisteerde op de tocht naar Rotterdam. Na restauratie kwam het schip in 1949 in de vaart voor de Nederlandse koopvaardijvloot.

Op 23 september 1944 werd nabij hetzelfde dieselgemaal ss Dinteldijk tot zinken gebracht. Dit schip zonk met het achterschip geheel weg. Om na de bevrijding de nog bestaande vaargeul te verbreden werd het achterstuk opgeblazen en de resten op de wal van Rozenburg met dynamiet opgeruimd. Wrakstukken werden met een zandzuiger in de rivierbodem verzonken.

Op 22 september 1944 was getracht het ss Zuiderdam van de Holland Amerikalijn op dezelfde hoogte tot zinken te brengen. Het zwaar beschadigde schip zonk niet geheel weg, het bovengedeelte bleef boven water met een slagzij van 25 graden. Direct na de bevrijding begon Van den Tak’s Bergingsbedrijf met pompen. Negen staaldraden werden vanaf het schip op de wal vastgezet en met lieren strak gehouden. Aan de stuurboordzijde werden tanks aangebracht om het schip in balans te houden. Op 15 november 1946 lukte het om het schip drijvende te krijgen. Gedurende de reis naar Rotterdam hebben de bergingsvaartuigen Ram, Meermin en Dolfijn aanhoudend op de ruimen gepompt. De Zuiderdam bleek te zwaar beschadigd en moest worden gesloopt.

Maassluis  |  Geplaatst op 10 mei 2019

Nieuws

Wrakopruiming waterweg

De angst van de Duitse bezetters in 1944 voor een landing op de kusten van Frankrijk, België of Nederland was groot. Ter hoogte van Maassluis lieten zij in 1944 vier schepen in de rivier zinken. Bedoeling was de vaarweg naar de haven van Rotterdam af te sluiten. De versperring was niet echt succesvol, de schepen lagen te veel naar de walkanten.

Op 11 oktober 1944 werd de Baud met een springlading van dynamiet ter hoogte van het dieselgemaal de Zaaijer tot zinken gebracht. Dit schip zonk geheel weg. Op 14 mei 1945 begon de verwijdering van dit schip door Engelse bergers.

Op 5 oktober 1944 was op dezelfde hoogte de Prins Willem V van de Rotterdamse Oranjelijn tot zinken gebracht. Van dit schip staken alleen nog de masten boven water. Het werd na de oorlog volgens een geheel nieuwe methode gelicht, met een hydraulische vijzelinstallatie. Op 11 december 1947 had men het schip drijvende en onder andere bergingsvaartuig Bruinvisch assisteerde op de tocht naar Rotterdam. Na restauratie kwam het schip in 1949 in de vaart voor de Nederlandse koopvaardijvloot.

Op 23 september 1944 werd nabij hetzelfde dieselgemaal ss Dinteldijk tot zinken gebracht. Dit schip zonk met het achterschip geheel weg. Om na de bevrijding de nog bestaande vaargeul te verbreden werd het achterstuk opgeblazen en de resten op de wal van Rozenburg met dynamiet opgeruimd. Wrakstukken werden met een zandzuiger in de rivierbodem verzonken.

Op 22 september 1944 was getracht het ss Zuiderdam van de Holland Amerikalijn op dezelfde hoogte tot zinken te brengen. Het zwaar beschadigde schip zonk niet geheel weg, het bovengedeelte bleef boven water met een slagzij van 25 graden. Direct na de bevrijding begon Van den Tak’s Bergingsbedrijf met pompen. Negen staaldraden werden vanaf het schip op de wal vastgezet en met lieren strak gehouden. Aan de stuurboordzijde werden tanks aangebracht om het schip in balans te houden. Op 15 november 1946 lukte het om het schip drijvende te krijgen. Gedurende de reis naar Rotterdam hebben de bergingsvaartuigen Ram, Meermin en Dolfijn aanhoudend op de ruimen gepompt. De Zuiderdam bleek te zwaar beschadigd en moest worden gesloopt.

Maassluis  |  Geplaatst op 10 mei 2019

Nieuws

Wrakopruiming waterweg

De angst van de Duitse bezetters in 1944 voor een landing op de kusten van Frankrijk, België of Nederland was groot. Ter hoogte van Maassluis lieten zij in 1944 vier schepen in de rivier zinken. Bedoeling was de vaarweg naar de haven van Rotterdam af te sluiten. De versperring was niet echt succesvol, de schepen lagen te veel naar de walkanten.

Op 11 oktober 1944 werd de Baud met een springlading van dynamiet ter hoogte van het dieselgemaal de Zaaijer tot zinken gebracht. Dit schip zonk geheel weg. Op 14 mei 1945 begon de verwijdering van dit schip door Engelse bergers.

Op 5 oktober 1944 was op dezelfde hoogte de Prins Willem V van de Rotterdamse Oranjelijn tot zinken gebracht. Van dit schip staken alleen nog de masten boven water. Het werd na de oorlog volgens een geheel nieuwe methode gelicht, met een hydraulische vijzelinstallatie. Op 11 december 1947 had men het schip drijvende en onder andere bergingsvaartuig Bruinvisch assisteerde op de tocht naar Rotterdam. Na restauratie kwam het schip in 1949 in de vaart voor de Nederlandse koopvaardijvloot.

Op 23 september 1944 werd nabij hetzelfde dieselgemaal ss Dinteldijk tot zinken gebracht. Dit schip zonk met het achterschip geheel weg. Om na de bevrijding de nog bestaande vaargeul te verbreden werd het achterstuk opgeblazen en de resten op de wal van Rozenburg met dynamiet opgeruimd. Wrakstukken werden met een zandzuiger in de rivierbodem verzonken.

Op 22 september 1944 was getracht het ss Zuiderdam van de Holland Amerikalijn op dezelfde hoogte tot zinken te brengen. Het zwaar beschadigde schip zonk niet geheel weg, het bovengedeelte bleef boven water met een slagzij van 25 graden. Direct na de bevrijding begon Van den Tak’s Bergingsbedrijf met pompen. Negen staaldraden werden vanaf het schip op de wal vastgezet en met lieren strak gehouden. Aan de stuurboordzijde werden tanks aangebracht om het schip in balans te houden. Op 15 november 1946 lukte het om het schip drijvende te krijgen. Gedurende de reis naar Rotterdam hebben de bergingsvaartuigen Ram, Meermin en Dolfijn aanhoudend op de ruimen gepompt. De Zuiderdam bleek te zwaar beschadigd en moest worden gesloopt.