Maassluis  |  Geplaatst op 20 december 2021

Column

Wonderen op het witte water

Door: Ineke Vink

Het is de donderdag voor Kerstmis, 21 december 1651. Stuurman Drouwert vaart met zijn scheepsvolk vanuit de haven van Maassluis de Noordzee op ‘om hare Visch-neeringe te drijven’. De volgende dag, 22 december, bereiken ze het Witte Water.

Dit is een ondiepte tussen de zandbanken de Welle en de Breeveertien in de Noordzee waar op schelvis werd gevist, ook wel Doggers Zandt genoemd. Op de ochtend na de langste nacht van het jaar ziet de stuurman aan de gezichtseinder plotseling een vlak landschap met een menigte van voetvolk en ruiters aankomen. Hij roept de bemanning en zij zien het ook. Kort daarop ziet de bemanning een hele vloot schepen komen, waaronder een groot schip met oranje vlaggen dat zijn steng (rondhout in de mast) verliest, maar onmiddellijk weer wordt opgereed. Het schip komt zo dicht bij de vissersboot dat ze de vlag zien; het zijn de drie kleuren van de Prinsenvlag. Van de andere kant komt ook een machtige vloot aan en ze schijnen elkaar te willen treffen. Een dikke damp stijgt op alsof het de rook is van elkaar bevechtende schepen. De damp trekt op en de schepen worden weer zichtbaar, waaronder een geweldig groot schip dat met de boeg voorover in het water zinkt. Er verschijnt een grote leeuw (de Republiek?) die het gewoel domineert en er verschijnt ook allerlei ongedierte dat in schepen verandert.

De hele verschijning duurt ongeveer drie uur en veroorzaakt angst en onrust bij de bemanning. Daarom leest de stuurman uit het boek de ‘Groote Christelyke Zeevaert’ om de bemanning te kalmeren en moed in te spreken. Dit boek noemde men ook wel de ‘zeeliedenbijbel’: het was een bijbeluitlegging vol bemoedigende teksten.

Terug aan de wal doet het visioen als een lopend vuurtje de ronde. Op 27 januari 1652 wordt in aanwezigheid van de schout en de schepenen van Maassluis door de stuurman en de bootsgezellen een officiële verklaring afgelegd. Deze verschijnt ook in drukwerk. Deze officiële verklaring krijgt binnen en buiten de Republiek veel bekendheid.

Als verklaring is verwezen naar de Eerste Engelse Oorlog die kort daarna zou uitbreken; de Slag bij Dover vond op 29 mei 1652 plaats. Ook een voorteken van blijvende vrede en krijgsgeluk voor de Republiek is als verklaring geopperd. Anderen opperden dat de zeelieden wolkenpartijen, golven en weerspiegelingen verkeerd geïnterpreteerd hadden. Een wetenschappelijk verklaring is later gezocht in collectieve waarneming en groepservaring van mensen die in een gesloten gemeenschap dezelfde waarden en meningen delen. Wat zich daar op de Noordzee werkelijk heeft afgespeeld zal altijd een raadsel blijven.

De langste nacht van het jaar is een magische grens en betekent de overgang naar licht en hoop. Deze natuurlijke gebeurtenis heeft al eeuwenlang invloed, in welke vorm dan ook.

Columns

Geplaatst op 10 januari 2022

Een toren op duizend palen

Geplaatst op 3 december 2021

De kersthaan

Geplaatst op 5 november 2021

Geschiedenis van de Schansbrug

Columns archief...

Maassluis  |  Geplaatst op 20 december 2021

Column

Wonderen op het witte water

Door: Ineke Vink

Het is de donderdag voor Kerstmis, 21 december 1651. Stuurman Drouwert vaart met zijn scheepsvolk vanuit de haven van Maassluis de Noordzee op ‘om hare Visch-neeringe te drijven’. De volgende dag, 22 december, bereiken ze het Witte Water.

Dit is een ondiepte tussen de zandbanken de Welle en de Breeveertien in de Noordzee waar op schelvis werd gevist, ook wel Doggers Zandt genoemd. Op de ochtend na de langste nacht van het jaar ziet de stuurman aan de gezichtseinder plotseling een vlak landschap met een menigte van voetvolk en ruiters aankomen. Hij roept de bemanning en zij zien het ook. Kort daarop ziet de bemanning een hele vloot schepen komen, waaronder een groot schip met oranje vlaggen dat zijn steng (rondhout in de mast) verliest, maar onmiddellijk weer wordt opgereed. Het schip komt zo dicht bij de vissersboot dat ze de vlag zien; het zijn de drie kleuren van de Prinsenvlag. Van de andere kant komt ook een machtige vloot aan en ze schijnen elkaar te willen treffen. Een dikke damp stijgt op alsof het de rook is van elkaar bevechtende schepen. De damp trekt op en de schepen worden weer zichtbaar, waaronder een geweldig groot schip dat met de boeg voorover in het water zinkt. Er verschijnt een grote leeuw (de Republiek?) die het gewoel domineert en er verschijnt ook allerlei ongedierte dat in schepen verandert.

De hele verschijning duurt ongeveer drie uur en veroorzaakt angst en onrust bij de bemanning. Daarom leest de stuurman uit het boek de ‘Groote Christelyke Zeevaert’ om de bemanning te kalmeren en moed in te spreken. Dit boek noemde men ook wel de ‘zeeliedenbijbel’: het was een bijbeluitlegging vol bemoedigende teksten.

Terug aan de wal doet het visioen als een lopend vuurtje de ronde. Op 27 januari 1652 wordt in aanwezigheid van de schout en de schepenen van Maassluis door de stuurman en de bootsgezellen een officiële verklaring afgelegd. Deze verschijnt ook in drukwerk. Deze officiële verklaring krijgt binnen en buiten de Republiek veel bekendheid.

Als verklaring is verwezen naar de Eerste Engelse Oorlog die kort daarna zou uitbreken; de Slag bij Dover vond op 29 mei 1652 plaats. Ook een voorteken van blijvende vrede en krijgsgeluk voor de Republiek is als verklaring geopperd. Anderen opperden dat de zeelieden wolkenpartijen, golven en weerspiegelingen verkeerd geïnterpreteerd hadden. Een wetenschappelijk verklaring is later gezocht in collectieve waarneming en groepservaring van mensen die in een gesloten gemeenschap dezelfde waarden en meningen delen. Wat zich daar op de Noordzee werkelijk heeft afgespeeld zal altijd een raadsel blijven.

De langste nacht van het jaar is een magische grens en betekent de overgang naar licht en hoop. Deze natuurlijke gebeurtenis heeft al eeuwenlang invloed, in welke vorm dan ook.