Maassluis  |  Geplaatst op 9 november 2018

Column

Trekschuit in Maassluis

Door: Ineke Vink

Onlangs is naast de Monstersche Sluis, aan de Veerstraat Zuidzijde naast de trap naar de Noorddijk, een informatiebord over de historische trekvaartroute geplaatst. Trekvaarten waren de snelwegen van de Gouden Eeuw. Tussen 1643 en 1646 werd de Noordvliet omgebouwd tot trekvliet. Maassluis was daarmee aangesloten op een uitgebreid netwerk van waterwegen in geheel West- en Noord-Nederland.

Na afloop van het Twaalfjarig Bestand (1621) in de Tachtigjarige Oorlog is er in het hele land een explosieve groei van het aantal waterwegen dat wordt aangelegd. Ook bestaande waterwegen worden omgebouwd tot trekvaart. Alle belangrijke steden zoeken verbinding met elkaar. Na het graven van de vaart tussen Haarlem en Amsterdam wil Leiden aangesloten worden op Haarlem, Delft legt een verbinding aan met Leiden, en vanuit Delft duurt het niet lang of Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Maassluis worden bereikbaar gemaakt via een trekvliet. In 1665 is het trekvaartennet nagenoeg compleet met 22 steden en 415 km waterwegen. Een investering van meer dan drie miljoen gulden.

In Maassluis vertrokken de schuiten vanaf de Monstersche Sluis en deze veerdienst heeft de naam aan de Veerstraat gegeven. Dankzij de strakke dienstregeling was overstappen geen probleem. Een persoon kon vanuit Maassluis naar Delft, Leiden, Amsterdam, Utrecht of Gouda reizen. Vanuit Amsterdam kon men de schuiten nemen naar Alkmaar, Hoorn en Enkhuizen. Na de veerdienst over de Zuiderzee kon de tocht worden voortgezet naar Leeuwarden en Groningen. Met andere woorden, men kon per trekschuit reizen van Delfshaven naar Delfzijl. Het was op sommige trajecten zelfs mogelijk dag en nacht door te reizen, waardoor men maar een dag of vier nodig had voor deze reis.

De kajuit voor de passagiers was in tweeën gedeeld. In het grootste gedeelte, het ruim, zaten de meeste passagiers en in de krappe en benauwde ruimte moest men het zich zo aangenaam mogelijk maken. In de roef betaalde men iets meer en waren er gestoffeerde zitplaatsen. Maar ook hier was het benauwd en krap. Het roken was toen al aan banden gelegd; als een van de aanwezigen bezwaar maakte tegen de rokende pijpen van de medepassagiers werden deze verzocht de pijpen te doven.

Aanvankelijk werden de schuiten met mankracht voortbewogen, wat met een trage snelheid van 3 tot 4 km per uur ging. Met paarden ging de snelheid omhoog tot zo’n 7 km per uur. Vanaf dat moment werd de trekschuit een groot succes.

Als alles volgens plan verloopt zal er in de nabije toekomst in Maassluis een historische trekschuit van het type ‘snik’ gebouwd worden.

Columns

Geplaatst op 12 oktober 2018

Herkomst van de naam Koningshoek

Geplaatst op 28 september 2018

Historie van de Furieade

Geplaatst op 15 september 2018

Neptunus prijkt op Hotel Maassluis

Columns archief...

Maassluis  |  Geplaatst op 9 november 2018

Column

Trekschuit in Maassluis

Door: Ineke Vink

Onlangs is naast de Monstersche Sluis, aan de Veerstraat Zuidzijde naast de trap naar de Noorddijk, een informatiebord over de historische trekvaartroute geplaatst. Trekvaarten waren de snelwegen van de Gouden Eeuw. Tussen 1643 en 1646 werd de Noordvliet omgebouwd tot trekvliet. Maassluis was daarmee aangesloten op een uitgebreid netwerk van waterwegen in geheel West- en Noord-Nederland.

Na afloop van het Twaalfjarig Bestand (1621) in de Tachtigjarige Oorlog is er in het hele land een explosieve groei van het aantal waterwegen dat wordt aangelegd. Ook bestaande waterwegen worden omgebouwd tot trekvaart. Alle belangrijke steden zoeken verbinding met elkaar. Na het graven van de vaart tussen Haarlem en Amsterdam wil Leiden aangesloten worden op Haarlem, Delft legt een verbinding aan met Leiden, en vanuit Delft duurt het niet lang of Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Maassluis worden bereikbaar gemaakt via een trekvliet. In 1665 is het trekvaartennet nagenoeg compleet met 22 steden en 415 km waterwegen. Een investering van meer dan drie miljoen gulden.

In Maassluis vertrokken de schuiten vanaf de Monstersche Sluis en deze veerdienst heeft de naam aan de Veerstraat gegeven. Dankzij de strakke dienstregeling was overstappen geen probleem. Een persoon kon vanuit Maassluis naar Delft, Leiden, Amsterdam, Utrecht of Gouda reizen. Vanuit Amsterdam kon men de schuiten nemen naar Alkmaar, Hoorn en Enkhuizen. Na de veerdienst over de Zuiderzee kon de tocht worden voortgezet naar Leeuwarden en Groningen. Met andere woorden, men kon per trekschuit reizen van Delfshaven naar Delfzijl. Het was op sommige trajecten zelfs mogelijk dag en nacht door te reizen, waardoor men maar een dag of vier nodig had voor deze reis.

De kajuit voor de passagiers was in tweeën gedeeld. In het grootste gedeelte, het ruim, zaten de meeste passagiers en in de krappe en benauwde ruimte moest men het zich zo aangenaam mogelijk maken. In de roef betaalde men iets meer en waren er gestoffeerde zitplaatsen. Maar ook hier was het benauwd en krap. Het roken was toen al aan banden gelegd; als een van de aanwezigen bezwaar maakte tegen de rokende pijpen van de medepassagiers werden deze verzocht de pijpen te doven.

Aanvankelijk werden de schuiten met mankracht voortbewogen, wat met een trage snelheid van 3 tot 4 km per uur ging. Met paarden ging de snelheid omhoog tot zo’n 7 km per uur. Vanaf dat moment werd de trekschuit een groot succes.

Als alles volgens plan verloopt zal er in de nabije toekomst in Maassluis een historische trekschuit van het type ‘snik’ gebouwd worden.