Maassluis  |  Geplaatst op 18 februari 2019

Column

Meten is Weten

Door: Dick van Wassenaar

In 2019 wordt de sinds 1889 internationaal geldende definitie van 1 kilogram als meeteenheid voor massa gewijzigd. Dit gebeurt na een jarenlange studie. Ook vroeger was er ‘gedoe’ over; dorpen en steden hadden vaak hun eigen eenheden voor maten en gewichten.

In 1809 werd bij Koninklijk Besluit het Metrieke Stelsel geïntroduceerd. Pas rond 1870 kwamen de nieuwe namen voor maten en gewichten in zwang, daarvoor was er niet overal eenheid in eenheden. Zo gebruikte men eind 18e eeuw in Den Briel als lengtemaat de roede met een lengte van 3,74 m. In Maassluis gebruikte men ook de roede, echter met een lengte van 3,796 m. In het hele land (en daarbuiten) gebruikte men verschillende namen en afmetingen voor maten, gewichten en volumes. Regelmatig moesten standaardgewichten en andere meetinstrumenten gecontroleerd worden. Omstreeks 1780 werden er in Maassluis en Delft opnieuw ijkingen verricht voor het vaststellen van de juistheid van de gebruikte ‘Maaten en Gewichten’. Daarbij betrokken was Jan Schim, burgemeester en gecommitteerde van de visserij in Maassluis. Hij was amateur wetenschapper en lid van het Departement des Oeconomische Taks, de voorloper van de huidige Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel.

Mede door Jan Schim kon de Commissie van Delft melden dat men ‘in ’t byzonder het genoegen had, door den Heere Schim, in dit werk te zyn geadsisteerd’. Voorbeelden van het resultaat van de ijkingen, waaruit ook de complexiteit blijkt, zijn de volgende: ‘het Graan agtendeel houd in 1952½ Cubic duimen, drie van die agtendeelen maken een Zak, en 29 Delftsche Zakken een Last en de Stoopsmaat waar meede sterke dranken, Bier, Azyn en Oly verkogt worden, houd in 129½ Cubic duimen.’
Voor Maassluis werden soortgelijke metingen verricht waarbij ook de afmetingen van de haringtonnen werden vastgesteld. Zo moet ‘de Tonne binnen het Kroos (de groef in de duigen van een vat, waarin de bodem moet passen) van Bodem tot Bodem hoog vyff en twintig duim, de wydte van buiten op den buik vyff en sestig duim’ zijn.

De invoering van het metrieke stelsel betekende dat men nieuwe gewichten en meetlatten moest aanschaffen. Niet iedereen stond te trappelen om aan de wet te voldoen. Er zijn meerdere voorbeelden van kooplieden, winkeliers en handelaren bij wie lange tijd nog de oude maten en gewichten werden aangetroffen. ‘Het is speelgoed voor de kinderen, ik gebruik ze niet’, zei men.

Meer weten? In Historische Schetsen 69 staat een uitgebreid verhaal over het meten en wegen in het Maassluis van toen.

Columns

Geplaatst op 10 mei 2019

Wrakopruiming waterweg

Geplaatst op 12 april 2019

Atelierroute in 1947

Geplaatst op 15 maart 2019

Echte en onechte wezen

Columns archief...

Maassluis  |  Geplaatst op 18 februari 2019

Column

Meten is Weten

Door: Dick van Wassenaar

In 2019 wordt de sinds 1889 internationaal geldende definitie van 1 kilogram als meeteenheid voor massa gewijzigd. Dit gebeurt na een jarenlange studie. Ook vroeger was er ‘gedoe’ over; dorpen en steden hadden vaak hun eigen eenheden voor maten en gewichten.

In 1809 werd bij Koninklijk Besluit het Metrieke Stelsel geïntroduceerd. Pas rond 1870 kwamen de nieuwe namen voor maten en gewichten in zwang, daarvoor was er niet overal eenheid in eenheden. Zo gebruikte men eind 18e eeuw in Den Briel als lengtemaat de roede met een lengte van 3,74 m. In Maassluis gebruikte men ook de roede, echter met een lengte van 3,796 m. In het hele land (en daarbuiten) gebruikte men verschillende namen en afmetingen voor maten, gewichten en volumes. Regelmatig moesten standaardgewichten en andere meetinstrumenten gecontroleerd worden. Omstreeks 1780 werden er in Maassluis en Delft opnieuw ijkingen verricht voor het vaststellen van de juistheid van de gebruikte ‘Maaten en Gewichten’. Daarbij betrokken was Jan Schim, burgemeester en gecommitteerde van de visserij in Maassluis. Hij was amateur wetenschapper en lid van het Departement des Oeconomische Taks, de voorloper van de huidige Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel.

Mede door Jan Schim kon de Commissie van Delft melden dat men ‘in ’t byzonder het genoegen had, door den Heere Schim, in dit werk te zyn geadsisteerd’. Voorbeelden van het resultaat van de ijkingen, waaruit ook de complexiteit blijkt, zijn de volgende: ‘het Graan agtendeel houd in 1952½ Cubic duimen, drie van die agtendeelen maken een Zak, en 29 Delftsche Zakken een Last en de Stoopsmaat waar meede sterke dranken, Bier, Azyn en Oly verkogt worden, houd in 129½ Cubic duimen.’
Voor Maassluis werden soortgelijke metingen verricht waarbij ook de afmetingen van de haringtonnen werden vastgesteld. Zo moet ‘de Tonne binnen het Kroos (de groef in de duigen van een vat, waarin de bodem moet passen) van Bodem tot Bodem hoog vyff en twintig duim, de wydte van buiten op den buik vyff en sestig duim’ zijn.

De invoering van het metrieke stelsel betekende dat men nieuwe gewichten en meetlatten moest aanschaffen. Niet iedereen stond te trappelen om aan de wet te voldoen. Er zijn meerdere voorbeelden van kooplieden, winkeliers en handelaren bij wie lange tijd nog de oude maten en gewichten werden aangetroffen. ‘Het is speelgoed voor de kinderen, ik gebruik ze niet’, zei men.

Meer weten? In Historische Schetsen 69 staat een uitgebreid verhaal over het meten en wegen in het Maassluis van toen.

Maassluis  |  Geplaatst op 18 februari 2019

Nieuws

Meten is Weten

In 1809 werd bij Koninklijk Besluit het Metrieke Stelsel geïntroduceerd. Pas rond 1870 kwamen de nieuwe namen voor maten en gewichten in zwang, daarvoor was er niet overal eenheid in eenheden. Zo gebruikte men eind 18e eeuw in Den Briel als lengtemaat de roede met een lengte van 3,74 m. In Maassluis gebruikte men ook de roede, echter met een lengte van 3,796 m. In het hele land (en daarbuiten) gebruikte men verschillende namen en afmetingen voor maten, gewichten en volumes. Regelmatig moesten standaardgewichten en andere meetinstrumenten gecontroleerd worden. Omstreeks 1780 werden er in Maassluis en Delft opnieuw ijkingen verricht voor het vaststellen van de juistheid van de gebruikte ‘Maaten en Gewichten’. Daarbij betrokken was Jan Schim, burgemeester en gecommitteerde van de visserij in Maassluis. Hij was amateur wetenschapper en lid van het Departement des Oeconomische Taks, de voorloper van de huidige Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel.

Mede door Jan Schim kon de Commissie van Delft melden dat men ‘in ’t byzonder het genoegen had, door den Heere Schim, in dit werk te zyn geadsisteerd’. Voorbeelden van het resultaat van de ijkingen, waaruit ook de complexiteit blijkt, zijn de volgende: ‘het Graan agtendeel houd in 1952½ Cubic duimen, drie van die agtendeelen maken een Zak, en 29 Delftsche Zakken een Last en de Stoopsmaat waar meede sterke dranken, Bier, Azyn en Oly verkogt worden, houd in 129½ Cubic duimen.’
Voor Maassluis werden soortgelijke metingen verricht waarbij ook de afmetingen van de haringtonnen werden vastgesteld. Zo moet ‘de Tonne binnen het Kroos (de groef in de duigen van een vat, waarin de bodem moet passen) van Bodem tot Bodem hoog vyff en twintig duim, de wydte van buiten op den buik vyff en sestig duim’ zijn.

De invoering van het metrieke stelsel betekende dat men nieuwe gewichten en meetlatten moest aanschaffen. Niet iedereen stond te trappelen om aan de wet te voldoen. Er zijn meerdere voorbeelden van kooplieden, winkeliers en handelaren bij wie lange tijd nog de oude maten en gewichten werden aangetroffen. ‘Het is speelgoed voor de kinderen, ik gebruik ze niet’, zei men.

Meer weten? In Historische Schetsen 69 staat een uitgebreid verhaal over het meten en wegen in het Maassluis van toen.

Maassluis  |  Geplaatst op 18 februari 2019

Nieuws

Meten is Weten

In 1809 werd bij Koninklijk Besluit het Metrieke Stelsel geïntroduceerd. Pas rond 1870 kwamen de nieuwe namen voor maten en gewichten in zwang, daarvoor was er niet overal eenheid in eenheden. Zo gebruikte men eind 18e eeuw in Den Briel als lengtemaat de roede met een lengte van 3,74 m. In Maassluis gebruikte men ook de roede, echter met een lengte van 3,796 m. In het hele land (en daarbuiten) gebruikte men verschillende namen en afmetingen voor maten, gewichten en volumes. Regelmatig moesten standaardgewichten en andere meetinstrumenten gecontroleerd worden. Omstreeks 1780 werden er in Maassluis en Delft opnieuw ijkingen verricht voor het vaststellen van de juistheid van de gebruikte ‘Maaten en Gewichten’. Daarbij betrokken was Jan Schim, burgemeester en gecommitteerde van de visserij in Maassluis. Hij was amateur wetenschapper en lid van het Departement des Oeconomische Taks, de voorloper van de huidige Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel.

Mede door Jan Schim kon de Commissie van Delft melden dat men ‘in ’t byzonder het genoegen had, door den Heere Schim, in dit werk te zyn geadsisteerd’. Voorbeelden van het resultaat van de ijkingen, waaruit ook de complexiteit blijkt, zijn de volgende: ‘het Graan agtendeel houd in 1952½ Cubic duimen, drie van die agtendeelen maken een Zak, en 29 Delftsche Zakken een Last en de Stoopsmaat waar meede sterke dranken, Bier, Azyn en Oly verkogt worden, houd in 129½ Cubic duimen.’
Voor Maassluis werden soortgelijke metingen verricht waarbij ook de afmetingen van de haringtonnen werden vastgesteld. Zo moet ‘de Tonne binnen het Kroos (de groef in de duigen van een vat, waarin de bodem moet passen) van Bodem tot Bodem hoog vyff en twintig duim, de wydte van buiten op den buik vyff en sestig duim’ zijn.

De invoering van het metrieke stelsel betekende dat men nieuwe gewichten en meetlatten moest aanschaffen. Niet iedereen stond te trappelen om aan de wet te voldoen. Er zijn meerdere voorbeelden van kooplieden, winkeliers en handelaren bij wie lange tijd nog de oude maten en gewichten werden aangetroffen. ‘Het is speelgoed voor de kinderen, ik gebruik ze niet’, zei men.

Meer weten? In Historische Schetsen 69 staat een uitgebreid verhaal over het meten en wegen in het Maassluis van toen.