Maassluis  |  Geplaatst op 9 november 2020

Column

De tyfusepidemie van 1865

Door: Ineke Vink

Sterfgevallen, zoeken naar het juiste medicijn, besmetting van hulpverleners, verlaten straten en economische impact. Dat was anderhalve eeuw geleden, bij de bestrijding van de tyfusepidemie, net zo actueel voor Maassluis als nu.

Sinds oktober 1864 heerste er in Maassluis een tyfusepidemie en in de strenge winter bereikte deze ziekte in 1865 een hoogtepunt. Op 4 juni 1865 besloot de gemeenteraad om ‘tengevolge van de nog heersende tyfusepidemie dit jaar de gewone kermis of jaarmarkt niet te doen plaats hebben’.

Huisarts dr. Knappert liep een fatale besmetting op en bezweek eraan. Zijn opvolger dr. Kaiser moest na korte tijd ook stoppen omdat hij was besmet. Zijn assistent Verbrugge nam de praktijk waar, maar moest op 1 april 1865 ook opgeven vanwege zijn besmetting. Er waren toen 130 zieken in Maassluis die zonder geneeskundige hulp zaten, waaronder twintig tyfuslijders. Herman Simons kwam uit Benthuizen om als arts-assistent te helpen. En hoewel hijzelf ook ziek werd, bleef hij in staat de praktijk te runnen. Hij gebruikte zijn waarnemingen over de ziekte in Maassluis om te promoveren tot doctor in de Geneeskunde in 1866.

Het was zoeken naar de mogelijke oorzaken van de ziekte. Overdracht gebeurde, naar men dacht, door slechte vochtige woningen, slechte voeding, veel mensen in kleine woningen en de verpestende stank van open riolen. Vooral de arme volksklasse in de ‘Langestraat (Sandelijnstraat), Boonestraat, Kalestraat (Nieuwstraat) en het Groeneveld (Sluispolderkade)’ werd getroffen. De bijnaam Kalestraat was te danken aan een pestepidemie in de 17e eeuw die onevenredig hard had toegeslagen in de Nieuwstraat.

Voor het behandelen van de patiënten gebruikte dokter Simons wassingen met warme azijn (met water verdund) en koude omslagen op het hoofd om de verstopping van het hoofd te bestrijden en als verkoelend middel. Ook kamfer bewees goede diensten om een patiënt te stimuleren. Om de kwaal zelf te bestrijden gaf hij nogal bijzondere drankjes waaronder verdund acidum sulphuricum (zwavelzuur) waarmee hij een antiseptische werking beoogde. Soms gaf hij de voorkeur aan het aqua chlorata (bleekwater), hoewel dit veel onaangenamer voor de tyfuslijders was. De mening van artsen was dat een gedeelte onveranderd in het bloed kwam en antiseptisch zou kunnen werken. Om herstel te bevorderen gaf hij een extract van kina- of koortsbast, waarvan we nu weten dat het de grondstof van aspirine bevat.

Uiteindelijk zijn er Maassluis meer dan 400 mensen besmet geweest met tyfus en overleden er 94 als gevolg ervan.
De Historische Vereniging Maassluis zoekt naar en publiceert over het historische perspectief waarin actuele onderwerpen gezien kunnen worden.

Columns

Geplaatst op 24 september 2020

Minister De Visserschool

Geplaatst op 27 mei 2020

De rijksweg in Maassluis

Geplaatst op 21 mei 2020

Wat weet u over… de Vogelwijk

Columns archief...

Maassluis  |  Geplaatst op 9 november 2020

Column

De tyfusepidemie van 1865

Door: Ineke Vink

Sterfgevallen, zoeken naar het juiste medicijn, besmetting van hulpverleners, verlaten straten en economische impact. Dat was anderhalve eeuw geleden, bij de bestrijding van de tyfusepidemie, net zo actueel voor Maassluis als nu.

Sinds oktober 1864 heerste er in Maassluis een tyfusepidemie en in de strenge winter bereikte deze ziekte in 1865 een hoogtepunt. Op 4 juni 1865 besloot de gemeenteraad om ‘tengevolge van de nog heersende tyfusepidemie dit jaar de gewone kermis of jaarmarkt niet te doen plaats hebben’.

Huisarts dr. Knappert liep een fatale besmetting op en bezweek eraan. Zijn opvolger dr. Kaiser moest na korte tijd ook stoppen omdat hij was besmet. Zijn assistent Verbrugge nam de praktijk waar, maar moest op 1 april 1865 ook opgeven vanwege zijn besmetting. Er waren toen 130 zieken in Maassluis die zonder geneeskundige hulp zaten, waaronder twintig tyfuslijders. Herman Simons kwam uit Benthuizen om als arts-assistent te helpen. En hoewel hijzelf ook ziek werd, bleef hij in staat de praktijk te runnen. Hij gebruikte zijn waarnemingen over de ziekte in Maassluis om te promoveren tot doctor in de Geneeskunde in 1866.

Het was zoeken naar de mogelijke oorzaken van de ziekte. Overdracht gebeurde, naar men dacht, door slechte vochtige woningen, slechte voeding, veel mensen in kleine woningen en de verpestende stank van open riolen. Vooral de arme volksklasse in de ‘Langestraat (Sandelijnstraat), Boonestraat, Kalestraat (Nieuwstraat) en het Groeneveld (Sluispolderkade)’ werd getroffen. De bijnaam Kalestraat was te danken aan een pestepidemie in de 17e eeuw die onevenredig hard had toegeslagen in de Nieuwstraat.

Voor het behandelen van de patiënten gebruikte dokter Simons wassingen met warme azijn (met water verdund) en koude omslagen op het hoofd om de verstopping van het hoofd te bestrijden en als verkoelend middel. Ook kamfer bewees goede diensten om een patiënt te stimuleren. Om de kwaal zelf te bestrijden gaf hij nogal bijzondere drankjes waaronder verdund acidum sulphuricum (zwavelzuur) waarmee hij een antiseptische werking beoogde. Soms gaf hij de voorkeur aan het aqua chlorata (bleekwater), hoewel dit veel onaangenamer voor de tyfuslijders was. De mening van artsen was dat een gedeelte onveranderd in het bloed kwam en antiseptisch zou kunnen werken. Om herstel te bevorderen gaf hij een extract van kina- of koortsbast, waarvan we nu weten dat het de grondstof van aspirine bevat.

Uiteindelijk zijn er Maassluis meer dan 400 mensen besmet geweest met tyfus en overleden er 94 als gevolg ervan.
De Historische Vereniging Maassluis zoekt naar en publiceert over het historische perspectief waarin actuele onderwerpen gezien kunnen worden.