Maassluis  |  Geplaatst op 8 juli 2022

Column

De Sandelijnstraat

Door: Ineke Vink

De Sandelijnstraat liep van de Sluispolderkade (het huidige parkeerterrein achter de Nieuwstraat) tot vlakbij de Schuurkerk. Hij lag in het midden van wat nu (nog) de tuin is van bejaardenhuis De Vliet. De straat bestond al in de 17e eeuw en is in de jaren zestig van de twintigste eeuw afgebroken. Wie was die Sandelijn waarnaar de straat genoemd is? De Historische Vereniging Maassluis ging op onderzoek.

Bekend is dat in 1611 Cornelis Sandelijn een stuk grond bezat tussen de Hoogstraat en de Markt. Hij was dus niet de eerste de beste, want het was dure grond in het centrum van het dorp Maaslandsluis. Sandelijn was een voorname familie, waarvan veel leden overheidsfuncties bekleedden. Cornelis Sandelijn wordt in 1618 ook als eigenaar van een zekere tuin genoemd.

Dat in de 17e eeuw de straat al bestond, bewijst een brief die Lammert Jansen Vermeij in 1666 schreef aan zijn vrouw Maria Adams Oosterwijk, wonende in de ‘Sanderrijnstraat’. Bijzonder is dat deze brief nooit is aangekomen. Het schip van Vermeij met alles aan boord is gekaapt door de Engelsen en de daarbij buitgemaakte papieren zijn in het Nationaal Archief in Londen te vinden. In het archief van Maassluis zijn verkoopakten van een latere generatie te vinden. Een zekere C. Sandelijn verkoopt in 1696 en volgende jaren verschillende stukken grond. Het is ook bekend dat de welgestelde zalmvisser Veltenaar in de Sandelijnstraat heeft gewoond. Nadat hij omstreeks 1908 vertrok naar de Burg. Van der Lelykade op het Hoofd, werd in zijn woonpand een Dorcasschool gevestigd. Op de Dorcasschool (1908-1927) in de Sandelijnstraat kregen jonge meisjes les in handwerken en zij maakten al lerende hun eigen uitzet.Voor de Tweede Wereldoorlog verschenen de eerste borden met ‘onbewoonbaar verklaarde woning’ in de Sandelijnstraat. Toch had de straat dure bijnamen als Rue de Sandelin of San de la Rue. Langestraat was de meest gangbare naam. In de jaren vijftig van de 20e eeuw was het een wereldje op zich. Zo was er de groentehal van C. van der Spek en het pakhuis van Paalvast die er zijn paard en wagen stalde. Naast de stal woonde Bram Boudestein, de sigarenmaker. Bakker De Boode en olieboer Frans van den Hoek kende iedereen. Toen in 1956 de woning van Piet van den Hoek volledig was uitgebrand, kon hij zijn nering voortzetten in de winkel die voorheen door De Boode was gebruikt.

De oude woningen zijn begin jaren zestig afgebroken om plaats te maken voor stadsvernieuwing.

Columns

Geplaatst op 2 september 2022

Terugblik op ‘Beatstad Maassluis’

Geplaatst op 1 augustus 2022

100 jaar wonen op ’t Stort

Geplaatst op 10 mei 2022

Zeesleper Hudson logeert bij de buren

Columns archief...

Maassluis  |  Geplaatst op 8 juli 2022

Column

De Sandelijnstraat

Door: Ineke Vink

De Sandelijnstraat liep van de Sluispolderkade (het huidige parkeerterrein achter de Nieuwstraat) tot vlakbij de Schuurkerk. Hij lag in het midden van wat nu (nog) de tuin is van bejaardenhuis De Vliet. De straat bestond al in de 17e eeuw en is in de jaren zestig van de twintigste eeuw afgebroken. Wie was die Sandelijn waarnaar de straat genoemd is? De Historische Vereniging Maassluis ging op onderzoek.

Bekend is dat in 1611 Cornelis Sandelijn een stuk grond bezat tussen de Hoogstraat en de Markt. Hij was dus niet de eerste de beste, want het was dure grond in het centrum van het dorp Maaslandsluis. Sandelijn was een voorname familie, waarvan veel leden overheidsfuncties bekleedden. Cornelis Sandelijn wordt in 1618 ook als eigenaar van een zekere tuin genoemd.

Dat in de 17e eeuw de straat al bestond, bewijst een brief die Lammert Jansen Vermeij in 1666 schreef aan zijn vrouw Maria Adams Oosterwijk, wonende in de ‘Sanderrijnstraat’. Bijzonder is dat deze brief nooit is aangekomen. Het schip van Vermeij met alles aan boord is gekaapt door de Engelsen en de daarbij buitgemaakte papieren zijn in het Nationaal Archief in Londen te vinden. In het archief van Maassluis zijn verkoopakten van een latere generatie te vinden. Een zekere C. Sandelijn verkoopt in 1696 en volgende jaren verschillende stukken grond. Het is ook bekend dat de welgestelde zalmvisser Veltenaar in de Sandelijnstraat heeft gewoond. Nadat hij omstreeks 1908 vertrok naar de Burg. Van der Lelykade op het Hoofd, werd in zijn woonpand een Dorcasschool gevestigd. Op de Dorcasschool (1908-1927) in de Sandelijnstraat kregen jonge meisjes les in handwerken en zij maakten al lerende hun eigen uitzet.Voor de Tweede Wereldoorlog verschenen de eerste borden met ‘onbewoonbaar verklaarde woning’ in de Sandelijnstraat. Toch had de straat dure bijnamen als Rue de Sandelin of San de la Rue. Langestraat was de meest gangbare naam. In de jaren vijftig van de 20e eeuw was het een wereldje op zich. Zo was er de groentehal van C. van der Spek en het pakhuis van Paalvast die er zijn paard en wagen stalde. Naast de stal woonde Bram Boudestein, de sigarenmaker. Bakker De Boode en olieboer Frans van den Hoek kende iedereen. Toen in 1956 de woning van Piet van den Hoek volledig was uitgebrand, kon hij zijn nering voortzetten in de winkel die voorheen door De Boode was gebruikt.

De oude woningen zijn begin jaren zestig afgebroken om plaats te maken voor stadsvernieuwing.