Maassluis  |  Geplaatst op 12 oktober 2017

Column

De Maassluise Vissersvloot

Door: Ineke Vink

Tot 100 jaar geleden leefde Maassluis bijna uitsluitend van de visvangst op zee. In 1917 lagen meer dan 100 loggers, waaronder veel stoomloggers, in de haven. Daarna verdween de vissersvloot heel snel. In het crisisjaar 1930 voeren de nog maar vijf vissersschepen uit. Maar de herinnering bleef. De Historische Vereniging Maassluis heeft samen met slijterij Zonneveld (‘uw topSlijter’) de vier belangrijkste scheepstypen vereeuwigd in de uitgave van vier speciale bieren. De bieren (blond, dubbel, tripel, quadrupel) dragen de namen Buis, Hoeker, Logger en Stoomlogger. De kruidenbitter heeft ook een naam verwant aan de visserij, namelijk Natte Kuiper.

Het oudste scheepstype in Maassluis was de buis, een stoer zeilschip dat ook te herkennen is in het windvaantje van het oude stadhuis aan de Hoogstraat en het torentje op het dak van de Groote Kerk. Vanaf het ontstaan van Maassluis rond 1330 moet daar al mee gevaren zijn. Eveneens een oud scheepstype was de hoeker. Met lange lijnen waaraan haken of ‘hoeken’ zaten visten de Maassluizers op kabeljauw en schelvis in de buurt van IJsland. In 1866 kwam een heel nieuw scheepstype op de markt, de logger. In Maassluis zijn tientallen van deze lichte zeilschepen gebouwd, waarmee vooral op haring werd gevist. In het stoomtijdperk, dat kort daarna zijn intrede deed, kwamen er ook stoomloggers in de Maassluise haven te liggen.

De vissers waren wekenlang op zee en namen flinke voorraden eten en drinken mee. Water kon bederven, maar bier niet. Vandaar dat we de herinnering eren met bieren in verschillende smaken en sterktes. De vissers maakten de gevangen haring aan boord schoon en die ging met veel zout in tonnen. Eenmaal in de haven, was de inhoud van deze tonnen geslonken en dan gingen de natte kuipers aan het werk. De natte kuiper werkte op de kade en maakte de tonnen met zoute haring open. Zij vulden de tonnen opnieuw tot de rand, door de ene ton met de inhoud van een andere aan te vullen. Tijdens dat werk ging er wel eens een haring op de grond en veel pekelwater kwam ook op de kade terecht. Samen met het andere visafval uit de schepen zal dat een aardige stank hebben gegeven. Het was smerig en zwaar werk. Denkt u daaraan, wanneer u na afloop van een zware werkdag een zoete sterke kruidenbitter tot u neemt.

Tijdens de Furieade 2017 is de ‘Maassluise vissersvloot’ uitgevaren, de burgemeester heeft de ‘eerste exemplaren’ in ontvangst genomen.

Columns

Geplaatst op 30 september 2022

Pastorie van Fenacolius

Geplaatst op 2 september 2022

Terugblik op ‘Beatstad Maassluis’

Geplaatst op 1 augustus 2022

100 jaar wonen op ’t Stort

Columns archief...

Maassluis  |  Geplaatst op 12 oktober 2017

Column

De Maassluise Vissersvloot

Door: Ineke Vink

Tot 100 jaar geleden leefde Maassluis bijna uitsluitend van de visvangst op zee. In 1917 lagen meer dan 100 loggers, waaronder veel stoomloggers, in de haven. Daarna verdween de vissersvloot heel snel. In het crisisjaar 1930 voeren de nog maar vijf vissersschepen uit. Maar de herinnering bleef. De Historische Vereniging Maassluis heeft samen met slijterij Zonneveld (‘uw topSlijter’) de vier belangrijkste scheepstypen vereeuwigd in de uitgave van vier speciale bieren. De bieren (blond, dubbel, tripel, quadrupel) dragen de namen Buis, Hoeker, Logger en Stoomlogger. De kruidenbitter heeft ook een naam verwant aan de visserij, namelijk Natte Kuiper.

Het oudste scheepstype in Maassluis was de buis, een stoer zeilschip dat ook te herkennen is in het windvaantje van het oude stadhuis aan de Hoogstraat en het torentje op het dak van de Groote Kerk. Vanaf het ontstaan van Maassluis rond 1330 moet daar al mee gevaren zijn. Eveneens een oud scheepstype was de hoeker. Met lange lijnen waaraan haken of ‘hoeken’ zaten visten de Maassluizers op kabeljauw en schelvis in de buurt van IJsland. In 1866 kwam een heel nieuw scheepstype op de markt, de logger. In Maassluis zijn tientallen van deze lichte zeilschepen gebouwd, waarmee vooral op haring werd gevist. In het stoomtijdperk, dat kort daarna zijn intrede deed, kwamen er ook stoomloggers in de Maassluise haven te liggen.

De vissers waren wekenlang op zee en namen flinke voorraden eten en drinken mee. Water kon bederven, maar bier niet. Vandaar dat we de herinnering eren met bieren in verschillende smaken en sterktes. De vissers maakten de gevangen haring aan boord schoon en die ging met veel zout in tonnen. Eenmaal in de haven, was de inhoud van deze tonnen geslonken en dan gingen de natte kuipers aan het werk. De natte kuiper werkte op de kade en maakte de tonnen met zoute haring open. Zij vulden de tonnen opnieuw tot de rand, door de ene ton met de inhoud van een andere aan te vullen. Tijdens dat werk ging er wel eens een haring op de grond en veel pekelwater kwam ook op de kade terecht. Samen met het andere visafval uit de schepen zal dat een aardige stank hebben gegeven. Het was smerig en zwaar werk. Denkt u daaraan, wanneer u na afloop van een zware werkdag een zoete sterke kruidenbitter tot u neemt.

Tijdens de Furieade 2017 is de ‘Maassluise vissersvloot’ uitgevaren, de burgemeester heeft de ‘eerste exemplaren’ in ontvangst genomen.