Maassluis  |  Geplaatst op 1 augustus 2022

Column

100 jaar wonen op ’t Stort

Door: Ineke Vink

In september 2022 vieren de wijkbewoners van ’t Stort het feit dat hun wijk 100 jaar oud is. In 1920 waren de eerste woningen gereed, maar het duurde jaren voordat alle huizen bewoond waren. De Historische Vereniging Maassluis geeft een stukje geschiedenis van de wijk.

In 1916 liet de gemeente het gebied tussen het Schanseiland en de spoordijk ophogen met grond uit de Rotterdamse havens. Zo ontstond de nieuwe naam voor dit deel van de Kapelpolder: ’t Stort. In oktober van dat jaar waren er meldingen dat de aangevoerde grond ‘een ondragelijke stank’ verspreidde. De ophoging was nodig omdat het gebied buitendijks lag (de Noorddijk was nog steeds de zeewering) en bij hoog water zoveel mogelijk beschermd moest zijn tegen wateroverlast. In 1953 is de wijk toch getroffen door de Watersnoodramp.

De bouw van 277 woningen voor ‘minderbedeelden en ouden van dagen’ startte in 1918. De Maassluische Woningbouwvereniging had alle woningen gereed in 1922, maar de huizen bleven leeg staan. De woningen waren uitstekend van kwaliteit, maar bleken te duur voor de doelgroep. De ‘goede arbeiderswoningen’ aan de Keucheniusstraat waren wat royaler dan de overige en moesten een huur van ƒ 5,- per week opbrengen, de andere huizen kostten ƒ 3,50 per week.

In 1921 waren er 75 woningen van elektrisch licht voorzien, een nieuwe voorziening die potentiële huurders over de streep moest trekken. De drinkwaterleiding was echter toen nog niet aangelegd in de polder. Dat vond de gemeente niet zo’n probleem, ‘want het drinkwater dat ingelaten wordt, is toch te zout. De bewoners in de Kapelpolder zijn het beste geholpen met een paar Nortonpompen, geslagen tot een zodanige diepte dat ze goedgekeurd water opleveren’. Kortom, het grondwater was van betere kwaliteit dan het leidingwater!

Vanaf 1924 ging de gemeente de woningen zelf verhuren en onderhouden. Tot op de dag van vandaag zijn het sociale huurwoningen. Het uiteindelijk verlagen van de huren en het uitbreiden van de doelgroep tot lagere ambtenaren heeft geholpen de huizen bewoond te krijgen. Pas in de loop van de jaren dertig(!) hadden alle woningen een bewoner gevonden.

De wijk is opgezet volgens de idealen van de Engelse tuinstad. Volgens de socialistische idealen vond men dat de arbeiders betere woonomstandigheden verdienden (waardoor ze ook beter zouden gaan werken). De straatnamen verwijzen naar personen die in het begin van de 20e eeuw om hun sociale bewogenheid bekend stonden.

Columns

Geplaatst op 8 juli 2022

De Sandelijnstraat

Geplaatst op 10 mei 2022

Zeesleper Hudson logeert bij de buren

Geplaatst op 26 april 2022

Jacob van Heemskerck in Maassluis

Columns archief...

Maassluis  |  Geplaatst op 1 augustus 2022

Column

100 jaar wonen op ’t Stort

Door: Ineke Vink

In september 2022 vieren de wijkbewoners van ’t Stort het feit dat hun wijk 100 jaar oud is. In 1920 waren de eerste woningen gereed, maar het duurde jaren voordat alle huizen bewoond waren. De Historische Vereniging Maassluis geeft een stukje geschiedenis van de wijk.

In 1916 liet de gemeente het gebied tussen het Schanseiland en de spoordijk ophogen met grond uit de Rotterdamse havens. Zo ontstond de nieuwe naam voor dit deel van de Kapelpolder: ’t Stort. In oktober van dat jaar waren er meldingen dat de aangevoerde grond ‘een ondragelijke stank’ verspreidde. De ophoging was nodig omdat het gebied buitendijks lag (de Noorddijk was nog steeds de zeewering) en bij hoog water zoveel mogelijk beschermd moest zijn tegen wateroverlast. In 1953 is de wijk toch getroffen door de Watersnoodramp.

De bouw van 277 woningen voor ‘minderbedeelden en ouden van dagen’ startte in 1918. De Maassluische Woningbouwvereniging had alle woningen gereed in 1922, maar de huizen bleven leeg staan. De woningen waren uitstekend van kwaliteit, maar bleken te duur voor de doelgroep. De ‘goede arbeiderswoningen’ aan de Keucheniusstraat waren wat royaler dan de overige en moesten een huur van ƒ 5,- per week opbrengen, de andere huizen kostten ƒ 3,50 per week.

In 1921 waren er 75 woningen van elektrisch licht voorzien, een nieuwe voorziening die potentiële huurders over de streep moest trekken. De drinkwaterleiding was echter toen nog niet aangelegd in de polder. Dat vond de gemeente niet zo’n probleem, ‘want het drinkwater dat ingelaten wordt, is toch te zout. De bewoners in de Kapelpolder zijn het beste geholpen met een paar Nortonpompen, geslagen tot een zodanige diepte dat ze goedgekeurd water opleveren’. Kortom, het grondwater was van betere kwaliteit dan het leidingwater!

Vanaf 1924 ging de gemeente de woningen zelf verhuren en onderhouden. Tot op de dag van vandaag zijn het sociale huurwoningen. Het uiteindelijk verlagen van de huren en het uitbreiden van de doelgroep tot lagere ambtenaren heeft geholpen de huizen bewoond te krijgen. Pas in de loop van de jaren dertig(!) hadden alle woningen een bewoner gevonden.

De wijk is opgezet volgens de idealen van de Engelse tuinstad. Volgens de socialistische idealen vond men dat de arbeiders betere woonomstandigheden verdienden (waardoor ze ook beter zouden gaan werken). De straatnamen verwijzen naar personen die in het begin van de 20e eeuw om hun sociale bewogenheid bekend stonden.