Maassluis  |  Geplaatst op 17 juni 2019

Column

Jongkind woonde in Maassluis

Door: Ineke Vink, met correcties en aanvullingen van Ab Kuchler

De schilder Jongkind (1819-1891) was Nederlander van geboorte en is zijn schilderscarrière begonnen toen hij in Maassluis woonde. Daarna heeft hij het grootste deel van zijn leven in Frankrijk doorgebracht. Hij was bevriend met Monet en heeft invloed gehad op deze grondlegger van het impressionisme.

Hij is op 3 juni 1819 (precies 200 jaar geleden) geboren in Lattrop in Overijssel. Als Johan twee jaar is verhuisd de familie naar Vlaardingen en hier groeit Johan op. In 1837 komt het gezin (vader is inmiddels overleden) in Maassluis wonen. We kunnen de familie volgen dankzij het bevolkingsregister. De weduwe Jongkind woont in het voorste gedeelte van een zeer smal huis halverwege de Prinsekade. Zij heeft op dat moment haar vijf volwassen zoons allemaal in huis plus een kleindochter. De familie verhuist in 1841 naar het Schanseiland, naar een voorhuis op de hoek van de Marnixkade en de Kerkstraat. In 1846 verhuizen zij naar de Zuidvliet ZZ, een paar huizen voorbij de Hoekerstraat, ongeveer waar nu wooncentrum De Vliet staat.

Johan is in Vlaardingen in de leer geweest bij een notaris en werkt als notarisklerk. Hij is 18 jaar als hij les gaat nemen bij de beroemde schilder Andreas Schelfhout in Den Haag. Schelfhout is bekend om zijn romantische landschappen van Hollands ijsvermaak. Door zijn invloed is Jongkind een schilder van landschappen geworden. Hij begint de mooie plekjes van Maassluis vast te leggen in tekeningen en aquarellen. Deze maakt hij in de buitenlucht, om vervolgens thuis de tekeningen uit te werken tot olieverfschilderijen. De schetsen en aquarellen bewaart hij altijd, want hij maakt tientallen jaren later nog steeds nieuwe tekeningen en schilderijen van Maassluise plekjes, terwijl hij er nooit meer is terug geweest.

Bekend is de tekening van het huis op de Wateringsche Sluis uit 1869. Dit huis is waarschijnlijk in 1854 afgebroken. In diverse boeken over Jongkind staat dat hier zijn moeder woonde. In de Maassluise bevolkingsarchieven is daar echter geen enkele aanwijzing van te vinden. Hij is bevriend met de molenaar op molen De Hoop, Willem Frederik Wildt. Dit stelt Jogkind in de gelegenheid prachtige vergezichten te tekenen vanaf de stelling van de molen. In vogelvluchtperspectief zien we uit over het Maassluis van 1845. Pas 26 jaar later, in Frankrijk, maakt hij er een schilderij van.

In 1847 verhuist Johan naar Den Haag en vertrekt dan naar het buitenland waar hij een bekend schilder wordt.

Aanvulling: Ab Kuchler is sinds enkele jaren bezig om alle sporen die Johan met betrekking tot Maassluis heeft achtergelaten uit te zoeken en dat zijn er meer dan tot nu toe gedacht.

Allereerst de plekken waar de familie Jongkind gewoond heeft zijn in bovenstaand stukje niet allemaal juist. Jongkinds moeder en Johan werden op 19 juni 1837 ingeschreven in het monumentale pand dat nu bekend staat als Markt 18. Dit pand was destijds groter en was eigendom van Nicolaas Blank, maar die overleed in 1835. Voor zijn vrouw Elisabeth Poortmans was het pand te groot en waarschijnlijk zocht zij extra inkomsten door een deel te verhuren. In welk deel van het pand Johan en zijn moeder woonden is niet bekend.

Op 17 mei 1839 werd de familie ingeschreven in het pand nu bekend als Noordvliet 50 (het pand met de krullen en pot). Op 17 april 1841 verhuisde de familie naar het boven beschreven pand nu Marnixkade 5. Johan vertrok vanaf hier op 15 mei 1843 naar Den Haag, om van daar later naar Parijs te gaan.
Op 3 juli 1846 verhuisde Johans moeder met zoon Koos naar het boven beschreven pand aan de Zuidvliet. Zij vertrokken hier vandaan op 3 augustus 1852 naar haar zoon Wim die in Utrecht woonde. In het bovengenoemde pand aan de Prinsekade woonde Johans oudste broer Johannes (Jan) met zijn vrouw Geertje Kalishoek en hun kinderen op 18 november 1848.

Het verhaal dat Johan notarisklerk is geweest is alleen bekend van het stuk in ´Eigen haard´ geschreven door Charles Rochussen bij het overlijden van Johan in 1891. Hier schreef hij ´komende van Maassluis, waar hij op een notariskantoor werkzaam was´. Dat moet dus bij het kantoor van notaris Reeser geweest zijn, maar een bewijs hiervoor is (nog) niet bekend.

De aquarel van het zicht op de Wateringsche Sluis heeft als ondertekening ´Maassluis/Hollande Jongkind 1839´ en is dus niet van 1869. De tekst ´Maassluis/Hollande´ is waarschijnlijk later toegevoegd. De huizen op de Wateringsche Sluis zijn inderdaad in 1854 afgebroken.
De schetsen die Johan maakte op de korenmolen van Willem Frederik Wildt zijn gemaakt in april 1841 (hij schreef dit op de achterzijde van het schilderij dat hij in 1872 maakte).

Columns

Geplaatst op 4 oktober 2019

Eerste Furieade

Geplaatst op 15 september 2019

De Goude Leeuw is terug

Geplaatst op 9 augustus 2019

Geschiedenis van de bibliotheek

Columns archief...

Maassluis  |  Geplaatst op 17 juni 2019

Column

Jongkind woonde in Maassluis

Door: Ineke Vink, met correcties en aanvullingen van Ab Kuchler

De schilder Jongkind (1819-1891) was Nederlander van geboorte en is zijn schilderscarrière begonnen toen hij in Maassluis woonde. Daarna heeft hij het grootste deel van zijn leven in Frankrijk doorgebracht. Hij was bevriend met Monet en heeft invloed gehad op deze grondlegger van het impressionisme.

Hij is op 3 juni 1819 (precies 200 jaar geleden) geboren in Lattrop in Overijssel. Als Johan twee jaar is verhuisd de familie naar Vlaardingen en hier groeit Johan op. In 1837 komt het gezin (vader is inmiddels overleden) in Maassluis wonen. We kunnen de familie volgen dankzij het bevolkingsregister. De weduwe Jongkind woont in het voorste gedeelte van een zeer smal huis halverwege de Prinsekade. Zij heeft op dat moment haar vijf volwassen zoons allemaal in huis plus een kleindochter. De familie verhuist in 1841 naar het Schanseiland, naar een voorhuis op de hoek van de Marnixkade en de Kerkstraat. In 1846 verhuizen zij naar de Zuidvliet ZZ, een paar huizen voorbij de Hoekerstraat, ongeveer waar nu wooncentrum De Vliet staat.

Johan is in Vlaardingen in de leer geweest bij een notaris en werkt als notarisklerk. Hij is 18 jaar als hij les gaat nemen bij de beroemde schilder Andreas Schelfhout in Den Haag. Schelfhout is bekend om zijn romantische landschappen van Hollands ijsvermaak. Door zijn invloed is Jongkind een schilder van landschappen geworden. Hij begint de mooie plekjes van Maassluis vast te leggen in tekeningen en aquarellen. Deze maakt hij in de buitenlucht, om vervolgens thuis de tekeningen uit te werken tot olieverfschilderijen. De schetsen en aquarellen bewaart hij altijd, want hij maakt tientallen jaren later nog steeds nieuwe tekeningen en schilderijen van Maassluise plekjes, terwijl hij er nooit meer is terug geweest.

Bekend is de tekening van het huis op de Wateringsche Sluis uit 1869. Dit huis is waarschijnlijk in 1854 afgebroken. In diverse boeken over Jongkind staat dat hier zijn moeder woonde. In de Maassluise bevolkingsarchieven is daar echter geen enkele aanwijzing van te vinden. Hij is bevriend met de molenaar op molen De Hoop, Willem Frederik Wildt. Dit stelt Jogkind in de gelegenheid prachtige vergezichten te tekenen vanaf de stelling van de molen. In vogelvluchtperspectief zien we uit over het Maassluis van 1845. Pas 26 jaar later, in Frankrijk, maakt hij er een schilderij van.

In 1847 verhuist Johan naar Den Haag en vertrekt dan naar het buitenland waar hij een bekend schilder wordt.

Aanvulling: Ab Kuchler is sinds enkele jaren bezig om alle sporen die Johan met betrekking tot Maassluis heeft achtergelaten uit te zoeken en dat zijn er meer dan tot nu toe gedacht.

Allereerst de plekken waar de familie Jongkind gewoond heeft zijn in bovenstaand stukje niet allemaal juist. Jongkinds moeder en Johan werden op 19 juni 1837 ingeschreven in het monumentale pand dat nu bekend staat als Markt 18. Dit pand was destijds groter en was eigendom van Nicolaas Blank, maar die overleed in 1835. Voor zijn vrouw Elisabeth Poortmans was het pand te groot en waarschijnlijk zocht zij extra inkomsten door een deel te verhuren. In welk deel van het pand Johan en zijn moeder woonden is niet bekend.

Op 17 mei 1839 werd de familie ingeschreven in het pand nu bekend als Noordvliet 50 (het pand met de krullen en pot). Op 17 april 1841 verhuisde de familie naar het boven beschreven pand nu Marnixkade 5. Johan vertrok vanaf hier op 15 mei 1843 naar Den Haag, om van daar later naar Parijs te gaan.
Op 3 juli 1846 verhuisde Johans moeder met zoon Koos naar het boven beschreven pand aan de Zuidvliet. Zij vertrokken hier vandaan op 3 augustus 1852 naar haar zoon Wim die in Utrecht woonde. In het bovengenoemde pand aan de Prinsekade woonde Johans oudste broer Johannes (Jan) met zijn vrouw Geertje Kalishoek en hun kinderen op 18 november 1848.

Het verhaal dat Johan notarisklerk is geweest is alleen bekend van het stuk in ´Eigen haard´ geschreven door Charles Rochussen bij het overlijden van Johan in 1891. Hier schreef hij ´komende van Maassluis, waar hij op een notariskantoor werkzaam was´. Dat moet dus bij het kantoor van notaris Reeser geweest zijn, maar een bewijs hiervoor is (nog) niet bekend.

De aquarel van het zicht op de Wateringsche Sluis heeft als ondertekening ´Maassluis/Hollande Jongkind 1839´ en is dus niet van 1869. De tekst ´Maassluis/Hollande´ is waarschijnlijk later toegevoegd. De huizen op de Wateringsche Sluis zijn inderdaad in 1854 afgebroken.
De schetsen die Johan maakte op de korenmolen van Willem Frederik Wildt zijn gemaakt in april 1841 (hij schreef dit op de achterzijde van het schilderij dat hij in 1872 maakte).