Maassluis  |  Geplaatst op 15 maart 2019

Column

Echte en onechte wezen

Door: Ineke Vink

Project 7 is een voorstelling in Theater Koningshof op basis van het lied ‘zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder’ van Ramses Shaffy. Het Weeshuis aan de Noordvliet valt onder het element ‘zing’ en dit onderwerp is aangedragen door de Historische Vereniging Maassluis.

Plannen voor de oprichting van een weeshuis in Maassluis dateren van voor 1670. Het was een liefdadigheidsinstelling, geleid door de diaconie. De kerk bezat enkele kleine legaten en het vermogen dat de in 1669 overleden Maassluizer Van Embden (die van de Van Embdenstraat) had nagelaten aan de weesarmen en de diaconie. Om voldoende kapitaal te vergaren deed men ook toen al aan ‘crowd-funding’: de Weesarmmeesters vroegen de overheid om vergunning tot het houden van een loterij. De opbrengst bedroeg ruim 27.000 gulden en dat was met de andere fondsen genoeg om het weeshuis aan de Noordvliet te bouwen. Op 23 november 1675 betrokken 52 weeskinderen het weeshuis. Zij stonden onder de hoede van een binnenvader en -moeder. De regenten waren buitenvaders en -moeders. Als de kinderen tussen de 12 en 14 waren, waren ze oud genoeg om de kost te gaan verdienen en konden ze iets van de zorg die ze hadden ontvangen terugbetalen.

Het Weeshuis brandde op 6 april 1871 bijna geheel af. Het werd weer opgebouwd en in 1872 opnieuw in gebruik genomen. Dat gebouw is nu op Noordvliet 19 te vinden. Wilhelmina Bogaardt vertelt: ‘Ik ben in 1918 geboren en herinner me dat mijn ouders vanaf mijn 5e jaar in de vakantie de binnenvader en -moeder van het Weeshuis hebben waargenomen. Zelf woonde ik dan ook 14 dagen in het huis. Heerlijk, als enig kind had ik dan even broers en zusjes. Zondags mee naar de kerk, de donkere trap op bij het orgel en dan zat ik op de wezengalerij.’

Het ging er vroeger streng aan toe. Bij geringe vergrijpen werden de kinderen gestraft met opsluiting op water en brood of een blok aan het been. Maar wel ’s zondags naar de kerk, met dat blok onder de arm. De wezen hadden hun eigen banken op galerijen onder het orgel in de Groote Kerk; jongens en meisjes apart. Ze hadden daar ook hun eigen ingang.
Een wees droeg een ‘V’ op de rechterschouder, een ‘onecht’ weeskind (dat buiten het huwelijk was geboren) op de linkerschouder. In 1795 is dat onderscheid afgeschaft en pas in 1937 is het V-teken helemaal afgeschaft. Kort na 1946 is het Weeshuis opgeheven, toen de laatste 11 wezen het huis verlieten.

Voor meer informatie over de voorstelling kijk op > www.theaterkoningshof.nl

Columns

Geplaatst op 10 mei 2019

Wrakopruiming waterweg

Geplaatst op 12 april 2019

Atelierroute in 1947

Geplaatst op 18 februari 2019

Meten is Weten

Columns archief...

Maassluis  |  Geplaatst op 15 maart 2019

Column

Echte en onechte wezen

Door: Ineke Vink

Project 7 is een voorstelling in Theater Koningshof op basis van het lied ‘zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder’ van Ramses Shaffy. Het Weeshuis aan de Noordvliet valt onder het element ‘zing’ en dit onderwerp is aangedragen door de Historische Vereniging Maassluis.

Plannen voor de oprichting van een weeshuis in Maassluis dateren van voor 1670. Het was een liefdadigheidsinstelling, geleid door de diaconie. De kerk bezat enkele kleine legaten en het vermogen dat de in 1669 overleden Maassluizer Van Embden (die van de Van Embdenstraat) had nagelaten aan de weesarmen en de diaconie. Om voldoende kapitaal te vergaren deed men ook toen al aan ‘crowd-funding’: de Weesarmmeesters vroegen de overheid om vergunning tot het houden van een loterij. De opbrengst bedroeg ruim 27.000 gulden en dat was met de andere fondsen genoeg om het weeshuis aan de Noordvliet te bouwen. Op 23 november 1675 betrokken 52 weeskinderen het weeshuis. Zij stonden onder de hoede van een binnenvader en -moeder. De regenten waren buitenvaders en -moeders. Als de kinderen tussen de 12 en 14 waren, waren ze oud genoeg om de kost te gaan verdienen en konden ze iets van de zorg die ze hadden ontvangen terugbetalen.

Het Weeshuis brandde op 6 april 1871 bijna geheel af. Het werd weer opgebouwd en in 1872 opnieuw in gebruik genomen. Dat gebouw is nu op Noordvliet 19 te vinden. Wilhelmina Bogaardt vertelt: ‘Ik ben in 1918 geboren en herinner me dat mijn ouders vanaf mijn 5e jaar in de vakantie de binnenvader en -moeder van het Weeshuis hebben waargenomen. Zelf woonde ik dan ook 14 dagen in het huis. Heerlijk, als enig kind had ik dan even broers en zusjes. Zondags mee naar de kerk, de donkere trap op bij het orgel en dan zat ik op de wezengalerij.’

Het ging er vroeger streng aan toe. Bij geringe vergrijpen werden de kinderen gestraft met opsluiting op water en brood of een blok aan het been. Maar wel ’s zondags naar de kerk, met dat blok onder de arm. De wezen hadden hun eigen banken op galerijen onder het orgel in de Groote Kerk; jongens en meisjes apart. Ze hadden daar ook hun eigen ingang.
Een wees droeg een ‘V’ op de rechterschouder, een ‘onecht’ weeskind (dat buiten het huwelijk was geboren) op de linkerschouder. In 1795 is dat onderscheid afgeschaft en pas in 1937 is het V-teken helemaal afgeschaft. Kort na 1946 is het Weeshuis opgeheven, toen de laatste 11 wezen het huis verlieten.

Voor meer informatie over de voorstelling kijk op > www.theaterkoningshof.nl

Maassluis  |  Geplaatst op 15 maart 2019

Nieuws

Echte en onechte wezen

Plannen voor de oprichting van een weeshuis in Maassluis dateren van voor 1670. Het was een liefdadigheidsinstelling, geleid door de diaconie. De kerk bezat enkele kleine legaten en het vermogen dat de in 1669 overleden Maassluizer Van Embden (die van de Van Embdenstraat) had nagelaten aan de weesarmen en de diaconie. Om voldoende kapitaal te vergaren deed men ook toen al aan ‘crowd-funding’: de Weesarmmeesters vroegen de overheid om vergunning tot het houden van een loterij. De opbrengst bedroeg ruim 27.000 gulden en dat was met de andere fondsen genoeg om het weeshuis aan de Noordvliet te bouwen. Op 23 november 1675 betrokken 52 weeskinderen het weeshuis. Zij stonden onder de hoede van een binnenvader en -moeder. De regenten waren buitenvaders en -moeders. Als de kinderen tussen de 12 en 14 waren, waren ze oud genoeg om de kost te gaan verdienen en konden ze iets van de zorg die ze hadden ontvangen terugbetalen.

Het Weeshuis brandde op 6 april 1871 bijna geheel af. Het werd weer opgebouwd en in 1872 opnieuw in gebruik genomen. Dat gebouw is nu op Noordvliet 19 te vinden. Wilhelmina Bogaardt vertelt: ‘Ik ben in 1918 geboren en herinner me dat mijn ouders vanaf mijn 5e jaar in de vakantie de binnenvader en -moeder van het Weeshuis hebben waargenomen. Zelf woonde ik dan ook 14 dagen in het huis. Heerlijk, als enig kind had ik dan even broers en zusjes. Zondags mee naar de kerk, de donkere trap op bij het orgel en dan zat ik op de wezengalerij.’

Het ging er vroeger streng aan toe. Bij geringe vergrijpen werden de kinderen gestraft met opsluiting op water en brood of een blok aan het been. Maar wel ’s zondags naar de kerk, met dat blok onder de arm. De wezen hadden hun eigen banken op galerijen onder het orgel in de Groote Kerk; jongens en meisjes apart. Ze hadden daar ook hun eigen ingang.
Een wees droeg een ‘V’ op de rechterschouder, een ‘onecht’ weeskind (dat buiten het huwelijk was geboren) op de linkerschouder. In 1795 is dat onderscheid afgeschaft en pas in 1937 is het V-teken helemaal afgeschaft. Kort na 1946 is het Weeshuis opgeheven, toen de laatste 11 wezen het huis verlieten.

Voor meer informatie over de voorstelling kijk op > www.theaterkoningshof.nl

Maassluis  |  Geplaatst op 15 maart 2019

Nieuws

Echte en onechte wezen

Plannen voor de oprichting van een weeshuis in Maassluis dateren van voor 1670. Het was een liefdadigheidsinstelling, geleid door de diaconie. De kerk bezat enkele kleine legaten en het vermogen dat de in 1669 overleden Maassluizer Van Embden (die van de Van Embdenstraat) had nagelaten aan de weesarmen en de diaconie. Om voldoende kapitaal te vergaren deed men ook toen al aan ‘crowd-funding’: de Weesarmmeesters vroegen de overheid om vergunning tot het houden van een loterij. De opbrengst bedroeg ruim 27.000 gulden en dat was met de andere fondsen genoeg om het weeshuis aan de Noordvliet te bouwen. Op 23 november 1675 betrokken 52 weeskinderen het weeshuis. Zij stonden onder de hoede van een binnenvader en -moeder. De regenten waren buitenvaders en -moeders. Als de kinderen tussen de 12 en 14 waren, waren ze oud genoeg om de kost te gaan verdienen en konden ze iets van de zorg die ze hadden ontvangen terugbetalen.

Het Weeshuis brandde op 6 april 1871 bijna geheel af. Het werd weer opgebouwd en in 1872 opnieuw in gebruik genomen. Dat gebouw is nu op Noordvliet 19 te vinden. Wilhelmina Bogaardt vertelt: ‘Ik ben in 1918 geboren en herinner me dat mijn ouders vanaf mijn 5e jaar in de vakantie de binnenvader en -moeder van het Weeshuis hebben waargenomen. Zelf woonde ik dan ook 14 dagen in het huis. Heerlijk, als enig kind had ik dan even broers en zusjes. Zondags mee naar de kerk, de donkere trap op bij het orgel en dan zat ik op de wezengalerij.’

Het ging er vroeger streng aan toe. Bij geringe vergrijpen werden de kinderen gestraft met opsluiting op water en brood of een blok aan het been. Maar wel ’s zondags naar de kerk, met dat blok onder de arm. De wezen hadden hun eigen banken op galerijen onder het orgel in de Groote Kerk; jongens en meisjes apart. Ze hadden daar ook hun eigen ingang.
Een wees droeg een ‘V’ op de rechterschouder, een ‘onecht’ weeskind (dat buiten het huwelijk was geboren) op de linkerschouder. In 1795 is dat onderscheid afgeschaft en pas in 1937 is het V-teken helemaal afgeschaft. Kort na 1946 is het Weeshuis opgeheven, toen de laatste 11 wezen het huis verlieten.

Voor meer informatie over de voorstelling kijk op > www.theaterkoningshof.nl