Maassluis  |  Geplaatst op 13 februari 2026

Column

Over een ijspakhuis in Maassluis en werkverschaffing in koude tijden

Door: Dick van Wassenaar (tekst) & Marga Brijs (redactie)

In de zomer van 2024 kreeg Museum Maassluis een ‘licht beschadigd’ schilderij aangeboden van de Maassluise schilder C.W. Smith (1861-1954). We zien mannen, die blokken ijs uit de bevroren Boonervliet van Maassluis zagen. Dit gebeurde op initiatief van Nico M. Dirkzwager, directeur van de IJscompagnie van Maassluis.

Een ijshuis in Maassluis
Tot aan het begin van de jaren negentig van de 19e eeuw werd vers gevangen vis aan boord van vissersschepen ontdaan van de ingewanden. De vis werd daarna geconserveerd door ze in zout te bewaren. Dat veranderde aan het einde van de 19e eeuw toen men ontdekte dat koeling met ijs beter en langduriger werkte en hygiënischer was. Aanvankelijk gebeurde dat koelen met natuurijs, dat vanuit Noorwegen werd aangevoerd en opgeslagen in zogenoemde ijshuizen. Ook bij de in Maassluis gevestigde IJscompagnie waren er plannen voor de bouw van een ijshuis. Maassluis leek hiervoor een goede vestigingsplaats. De haven was geschikt voor de aanvoer van ijs en door de visserij had Maassluis een vast afzetgebied. Bovendien was er het vooruitzicht op de aanleg van een spoorlijn naar Rotterdam waardoor landelijke distributie van het ijs eenvoudiger zou worden.

De IJscompagnie
September 1879 is de publieke aanbesteding voor de bouw van een houten ijshuis op het nieuwe en nog onbebouwde bouwterrein langs de buitenhaven van Maassluis (nu bekend als de Govert van Wijnkade).
Al in februari 1881 besluit men het dan inmiddels bestaande ijshuis nog wat te vergroten. De IJscompagnie wordt opgericht om, lang voordat er in Nederland ijsfabrieken werkzaam zijn, blokijs uit Noorwegen naar Maassluis te laten transporteren. Noorse zeilschepen – en in spoedeisende gevallen ook stoomboten – voeren het ijs aan om in Maassluis te bewaren in het nieuw gebouwde houten ijspakhuis aan de buitenhaven Het ijs ligt daar opgeslagen in loodsen met dubbele, wit geverfde muren, waarvan de tussenliggende ruimten met zaagsel opgevuld zijn.

Spoorlijn Rotterdam-Maassluis
Toen in 1875 de Spoorwegwet werd behandeld, maakten het gemeentebestuur en de handeldrijvende bewoners van Maassluis zich bij de overheid hard voor een snelle realisatie van de voorgestelde spoorwegverbinding. Mede door de toegezegde spoorwegerbinding bouwde de inmiddels opgerichte IJscompagnie in de onmiddellijke nabijheid van de haven en het geprojecteerde spoorwegstation een ijspakhuis. De omzet bedroeg in 1880 3.250.000 kilo ruw Noors blokijs. In 1881 was dat al 9.732.450 kilo. Om de concurrentie te kunnen volhouden bouwde de IJscompagnie, omdat er nog geen spoorverbinding was, een tweede, aan het spoor verbonden ijshuis in Amsterdam.
Het spoorwegstation Maassluis werd in augustus 1891 geopend. In datzelfde jaar deed N. Dirkzwager een succesvol verzoek aan de gemeente om een vaste kraan aan het havenhoofd te mogen plaatsen voor het overladen van ijs in de spoorwagons. De kraan kon dan tevens gebruikt worden voor het overladen van haring en andere goederen die treintransport behoefden.

IJs uit Noorwegen
Vanaf maart 1880 werden met enige regelmaat vanuit Noorwegen door Noorse schepen de ijsblokken naar de buitenhaven van Maassluis gebracht. Dat gebeurde in de beginperiode van 1880 tot 1884 gemiddeld zes keer per jaar. Een groot deel van het ijs kregen de haringloggers mee, die gebruikten het voor het ‘goed houden’ van de vangst. Omdat de vissersschepen steeds groter werden en de vangst van meer dan één dag konden meenemen, was de winst om ijs te gaan gebruiken groot. Het koelen en nathouden van verse vis op ijs gaf een houdbaarheidsverlenging van één à twee naar circa dertien dagen. Een ander deel van het in Maassluis aangevoerde ijs ging op transport door het gehele land om te gebruiken voor het langdurig bewaren van vlees en andere producten in de voedingsmiddelenindustrie en horeca.

IJs uit de Boonervliet
Eind 19e eeuw kende Nederland twee extreem koude winters: 1891 en 1895. In de zeer koude winter van 1890/91 kwam directeur N.M. Dirkzwager van de IJscompagnie op het idee werkloze arbeiders in dienst te nemen om uit het ijs in de Maassluise Boonervliet, dat in die winter 45 cm dik was, blokken te laten zagen. Deze ijsblokken werden opgeslagen in de ijsloodsen. Er zijn weken geweest dat er 200 mannen op het ijs van de Boonervliet aan het werk waren. Het ijs werd met grote zagen uitgezaagd en losgebroken waarna het op handkarren naar de opslag ging. Al met al bleek dit ijs niet goedkoper te zijn dan het Noorse ijs omdat er veel meer smeltverlies was. Het ijs was pas in de zomer nodig en het Noorse ijs kon veel later in het seizoen worden aangevoerd omdat de winters in Noorwegen langer duren. De opslagtijd van Noors ijs kon dus in Maassluis veel korter zijn. Het ijszagen op de Boonervliet vond ook in latere jaren nog plaats. Voornamelijk uit sociale overwegingen om de werklozen van werk en dus inkomen te voorzien. Het ijszagen kon f 1,50 per dag opleveren.
Ook in de koude winter van 1895 werd het ijszagen in de Boonervliet uitgevoerd.

Kunstijs vervangt natuurijs
in de periode 1880-1883 was er een gemiddelde aanvoer van zes scheepsladingen blokijs per jaar. In latere jaren tot 1900, nam dat aantal af tot twee à drie per jaar, daarna tot 1907 waren dat er nog maar één à twee per jaar. In de periode na 1885, waarin de geleidelijke afname van het blokijs plaatsvond, kwamen er steeds meer kunstijsfabrieken in Nederland, zoals in 1897 de kunstijsfabriek in de visserijplaats IJmuiden. De interesse in en de beschikbaarheid van kunstijs (dat goedkoper en ook praktischer in gebruik was) heeft ertoe geleid dat de IJscompagnie haar werkzaamheden moest beëindigen.

Einde ijspakhuis komt in zicht
Door zowel de gestage afname van de visserij in Maassluis, als door de gelijktijdige opkomst van kunstijs, werd de vraag naar Noors ijs almaar minder. Ook de werkzaamheden van de IJscompagnie van Maassluis gingen langzaam achteruit. Het aantal landelijke advertenties voor blokijs uit Maassluis daalde sterk, evenals de omzet. In september 1908 werd 30.000 liter zaagsel (het gebruikte isolatiemateriaal van de wanden van het ijspakhuis) door de IJscompagnie van Maassluis te koop aangeboden. Tenslotte vond in 1910 liquidatie plaats van de firma en aansluitend de sloop van het voormalige ijspakhuis.

Columns

Geplaatst op 4 december 2025

Aad Koudijzer, de eerste Maassluise profvoetballer

Geplaatst op 28 september 2025

Rioolgemaal aan de Jokweg

Geplaatst op 2 augustus 2025

Van Oude Mannen- en Vrouwenhuis tot Tweemaster

Columns archief...

Maassluis  |  Geplaatst op 13 februari 2026

Column

Over een ijspakhuis in Maassluis en werkverschaffing in koude tijden

Door: Dick van Wassenaar (tekst) & Marga Brijs (redactie)

In de zomer van 2024 kreeg Museum Maassluis een ‘licht beschadigd’ schilderij aangeboden van de Maassluise schilder C.W. Smith (1861-1954). We zien mannen, die blokken ijs uit de bevroren Boonervliet van Maassluis zagen. Dit gebeurde op initiatief van Nico M. Dirkzwager, directeur van de IJscompagnie van Maassluis.

Een ijshuis in Maassluis
Tot aan het begin van de jaren negentig van de 19e eeuw werd vers gevangen vis aan boord van vissersschepen ontdaan van de ingewanden. De vis werd daarna geconserveerd door ze in zout te bewaren. Dat veranderde aan het einde van de 19e eeuw toen men ontdekte dat koeling met ijs beter en langduriger werkte en hygiënischer was. Aanvankelijk gebeurde dat koelen met natuurijs, dat vanuit Noorwegen werd aangevoerd en opgeslagen in zogenoemde ijshuizen. Ook bij de in Maassluis gevestigde IJscompagnie waren er plannen voor de bouw van een ijshuis. Maassluis leek hiervoor een goede vestigingsplaats. De haven was geschikt voor de aanvoer van ijs en door de visserij had Maassluis een vast afzetgebied. Bovendien was er het vooruitzicht op de aanleg van een spoorlijn naar Rotterdam waardoor landelijke distributie van het ijs eenvoudiger zou worden.

De IJscompagnie
September 1879 is de publieke aanbesteding voor de bouw van een houten ijshuis op het nieuwe en nog onbebouwde bouwterrein langs de buitenhaven van Maassluis (nu bekend als de Govert van Wijnkade).
Al in februari 1881 besluit men het dan inmiddels bestaande ijshuis nog wat te vergroten. De IJscompagnie wordt opgericht om, lang voordat er in Nederland ijsfabrieken werkzaam zijn, blokijs uit Noorwegen naar Maassluis te laten transporteren. Noorse zeilschepen – en in spoedeisende gevallen ook stoomboten – voeren het ijs aan om in Maassluis te bewaren in het nieuw gebouwde houten ijspakhuis aan de buitenhaven Het ijs ligt daar opgeslagen in loodsen met dubbele, wit geverfde muren, waarvan de tussenliggende ruimten met zaagsel opgevuld zijn.

Spoorlijn Rotterdam-Maassluis
Toen in 1875 de Spoorwegwet werd behandeld, maakten het gemeentebestuur en de handeldrijvende bewoners van Maassluis zich bij de overheid hard voor een snelle realisatie van de voorgestelde spoorwegverbinding. Mede door de toegezegde spoorwegerbinding bouwde de inmiddels opgerichte IJscompagnie in de onmiddellijke nabijheid van de haven en het geprojecteerde spoorwegstation een ijspakhuis. De omzet bedroeg in 1880 3.250.000 kilo ruw Noors blokijs. In 1881 was dat al 9.732.450 kilo. Om de concurrentie te kunnen volhouden bouwde de IJscompagnie, omdat er nog geen spoorverbinding was, een tweede, aan het spoor verbonden ijshuis in Amsterdam.
Het spoorwegstation Maassluis werd in augustus 1891 geopend. In datzelfde jaar deed N. Dirkzwager een succesvol verzoek aan de gemeente om een vaste kraan aan het havenhoofd te mogen plaatsen voor het overladen van ijs in de spoorwagons. De kraan kon dan tevens gebruikt worden voor het overladen van haring en andere goederen die treintransport behoefden.

IJs uit Noorwegen
Vanaf maart 1880 werden met enige regelmaat vanuit Noorwegen door Noorse schepen de ijsblokken naar de buitenhaven van Maassluis gebracht. Dat gebeurde in de beginperiode van 1880 tot 1884 gemiddeld zes keer per jaar. Een groot deel van het ijs kregen de haringloggers mee, die gebruikten het voor het ‘goed houden’ van de vangst. Omdat de vissersschepen steeds groter werden en de vangst van meer dan één dag konden meenemen, was de winst om ijs te gaan gebruiken groot. Het koelen en nathouden van verse vis op ijs gaf een houdbaarheidsverlenging van één à twee naar circa dertien dagen. Een ander deel van het in Maassluis aangevoerde ijs ging op transport door het gehele land om te gebruiken voor het langdurig bewaren van vlees en andere producten in de voedingsmiddelenindustrie en horeca.

IJs uit de Boonervliet
Eind 19e eeuw kende Nederland twee extreem koude winters: 1891 en 1895. In de zeer koude winter van 1890/91 kwam directeur N.M. Dirkzwager van de IJscompagnie op het idee werkloze arbeiders in dienst te nemen om uit het ijs in de Maassluise Boonervliet, dat in die winter 45 cm dik was, blokken te laten zagen. Deze ijsblokken werden opgeslagen in de ijsloodsen. Er zijn weken geweest dat er 200 mannen op het ijs van de Boonervliet aan het werk waren. Het ijs werd met grote zagen uitgezaagd en losgebroken waarna het op handkarren naar de opslag ging. Al met al bleek dit ijs niet goedkoper te zijn dan het Noorse ijs omdat er veel meer smeltverlies was. Het ijs was pas in de zomer nodig en het Noorse ijs kon veel later in het seizoen worden aangevoerd omdat de winters in Noorwegen langer duren. De opslagtijd van Noors ijs kon dus in Maassluis veel korter zijn. Het ijszagen op de Boonervliet vond ook in latere jaren nog plaats. Voornamelijk uit sociale overwegingen om de werklozen van werk en dus inkomen te voorzien. Het ijszagen kon f 1,50 per dag opleveren.
Ook in de koude winter van 1895 werd het ijszagen in de Boonervliet uitgevoerd.

Kunstijs vervangt natuurijs
in de periode 1880-1883 was er een gemiddelde aanvoer van zes scheepsladingen blokijs per jaar. In latere jaren tot 1900, nam dat aantal af tot twee à drie per jaar, daarna tot 1907 waren dat er nog maar één à twee per jaar. In de periode na 1885, waarin de geleidelijke afname van het blokijs plaatsvond, kwamen er steeds meer kunstijsfabrieken in Nederland, zoals in 1897 de kunstijsfabriek in de visserijplaats IJmuiden. De interesse in en de beschikbaarheid van kunstijs (dat goedkoper en ook praktischer in gebruik was) heeft ertoe geleid dat de IJscompagnie haar werkzaamheden moest beëindigen.

Einde ijspakhuis komt in zicht
Door zowel de gestage afname van de visserij in Maassluis, als door de gelijktijdige opkomst van kunstijs, werd de vraag naar Noors ijs almaar minder. Ook de werkzaamheden van de IJscompagnie van Maassluis gingen langzaam achteruit. Het aantal landelijke advertenties voor blokijs uit Maassluis daalde sterk, evenals de omzet. In september 1908 werd 30.000 liter zaagsel (het gebruikte isolatiemateriaal van de wanden van het ijspakhuis) door de IJscompagnie van Maassluis te koop aangeboden. Tenslotte vond in 1910 liquidatie plaats van de firma en aansluitend de sloop van het voormalige ijspakhuis.