Maassluis  |  Geplaatst op 7 augustus 2021

Column

Noodweer in 1770

Door: Ineke Vink

In juli heeft Europa te kampen gehad met zware regenval en overstromingen. Deze natuurramp eiste meer dan 200 mensenlevens. Via moderne massamedia zijn we meteen op de hoogte van deze ramp. In de tijd zonder radio, tv en internet wist men nauwelijks iets van rampen die zich niet in de directe omgeving afspeelden. De lokale rampen waren van des te groter belang.

In 1770 verloren twee Maassluizers het leven tijdens een vliegende storm.
De Maassluise kleermaker Hendrik Moerings hield eind 18e eeuw een dagboek bij. We lezen over een lokale natuurramp. Het was midden in de zomer, op de dag van de Rotterdamse kermis. Iedereen wist dat deze op de feestdag van de heilige Laurentius viel en dat was 10 augustus. Het waaide die dag zo uitzonderlijk hard dat het openbaar vervoer, dat betekende in die tijd de postkoets, plat lag. De halte was op de Noorddijk bovenaan de Wedde, bij het paardenwisselstation annex café/herberg De Zon (toen nog Oranjeboom geheten). Daar vertrokken de postkoetsen over de dijk naar ’s Gravenzande en naar de andere kant richting het veer naar Brielle of naar Rotterdam. Via de Wedde konden koets en paarden op de dijk komen. De Wedde maakte onderdeel uit van de officiële route (Rijksweg 4) van Delft, via Schipluiden, Maasland en Maassluis naar het veer en vandaar naar Brielle en Hellevoetsluis.

Op deze zware stormdag durfde de koetsier het niet aan om over de dijk naar Rotterdam te rijden. Toch wilde hij de dienst uitrijden. Hij koos voor de alternatieve route over de Zuidbuurt. Eerst ging het langs het water van de Noordvliet. Dat was geen pretje, maar het ging goed. Op het stuk tussen de brug en Huis ter Lugt sloeg echter het noodlot toe. (Huis ter Lugt is de plek aan de Trekvliet bij de Oude Veiling, maar dan aan de andere zijde van de brug.) Op dit open stuk werd de koets in het water geblazen. De gevolgen waren verschrikkelijk: twee mensen verdronken en een derde ‘brak zijn arm aan stukken’.
Meer gegevens hebben we niet van dit ongeluk. Maar in een tijd zonder sociale voorzieningen zullen de nabestaanden behalve verdriet om het verlies ook veel financiële ellende en armoede te verwerken hebben gekregen. En zonder de medische wetenschap van tegenwoordig kon een gebroken arm algauw tot invaliditeit en dus tot armoede leiden.

In welke tijd en op welke schaal het gebeurt maakt niet uit: een mensenleven is kostbaar en elk verlies laat een onvoorstelbare leegte achter.

Columns

Geplaatst op 8 oktober 2021

Acte van indemniteit

Geplaatst op 10 september 2021

Affaires rond Kuyper

Geplaatst op 2 juli 2021

Een trap met historie

Columns archief...

Maassluis  |  Geplaatst op 7 augustus 2021

Column

Noodweer in 1770

Door: Ineke Vink

In juli heeft Europa te kampen gehad met zware regenval en overstromingen. Deze natuurramp eiste meer dan 200 mensenlevens. Via moderne massamedia zijn we meteen op de hoogte van deze ramp. In de tijd zonder radio, tv en internet wist men nauwelijks iets van rampen die zich niet in de directe omgeving afspeelden. De lokale rampen waren van des te groter belang.

In 1770 verloren twee Maassluizers het leven tijdens een vliegende storm.
De Maassluise kleermaker Hendrik Moerings hield eind 18e eeuw een dagboek bij. We lezen over een lokale natuurramp. Het was midden in de zomer, op de dag van de Rotterdamse kermis. Iedereen wist dat deze op de feestdag van de heilige Laurentius viel en dat was 10 augustus. Het waaide die dag zo uitzonderlijk hard dat het openbaar vervoer, dat betekende in die tijd de postkoets, plat lag. De halte was op de Noorddijk bovenaan de Wedde, bij het paardenwisselstation annex café/herberg De Zon (toen nog Oranjeboom geheten). Daar vertrokken de postkoetsen over de dijk naar ’s Gravenzande en naar de andere kant richting het veer naar Brielle of naar Rotterdam. Via de Wedde konden koets en paarden op de dijk komen. De Wedde maakte onderdeel uit van de officiële route (Rijksweg 4) van Delft, via Schipluiden, Maasland en Maassluis naar het veer en vandaar naar Brielle en Hellevoetsluis.

Op deze zware stormdag durfde de koetsier het niet aan om over de dijk naar Rotterdam te rijden. Toch wilde hij de dienst uitrijden. Hij koos voor de alternatieve route over de Zuidbuurt. Eerst ging het langs het water van de Noordvliet. Dat was geen pretje, maar het ging goed. Op het stuk tussen de brug en Huis ter Lugt sloeg echter het noodlot toe. (Huis ter Lugt is de plek aan de Trekvliet bij de Oude Veiling, maar dan aan de andere zijde van de brug.) Op dit open stuk werd de koets in het water geblazen. De gevolgen waren verschrikkelijk: twee mensen verdronken en een derde ‘brak zijn arm aan stukken’.
Meer gegevens hebben we niet van dit ongeluk. Maar in een tijd zonder sociale voorzieningen zullen de nabestaanden behalve verdriet om het verlies ook veel financiële ellende en armoede te verwerken hebben gekregen. En zonder de medische wetenschap van tegenwoordig kon een gebroken arm algauw tot invaliditeit en dus tot armoede leiden.

In welke tijd en op welke schaal het gebeurt maakt niet uit: een mensenleven is kostbaar en elk verlies laat een onvoorstelbare leegte achter.